Tienduizend herinneringen aan de toekomst
In dit artikel:
Ik werkte sinds 2011 vrijwel onafgebroken voor GeenStijl: zeven dagen per week, zo goed als elke dag van het jaar achter een MacBook, volledig opgeslokt door het ritme van het publiceren. Die jaren roepen nostalgie op: de vaart, de onbevangenheid en het gevoel dat het internet één grote, nog onbeschreven vijver was waarin je bij ieder optrekken van de hengel kon scoren.
De redactieruimte in Pand Noord, met een lange tafel en dure bureaustoelen, was het toneel waar collega’s als Johnny Quid, Brusselmans, Bert Brussen en Mutsaerts naast elkaar zaten te tikken. Communicatie verliep behelpen via MSN; nog geen Slack, nauwelijks vergaderingen, wel een onuitgesproken wedstrijd wie de meeste topics kon produceren. Productiedruk was informeel maar voelbaar: er was geen behoefte aan stempassen of vakbondsmoraal — als je niet vaak genoeg online was, kon je aan de slag worden gezet of de laan uitgestuurd. Laptop naast het hoofdkussen en het statuslampje op groen: zo domineerde een weekend- en avondbereidheid de werkcultuur.
Een figuur die eruit stak was Pritt Stift, een stil, literaire kracht wiens stijl opviel binnen en buiten de site. Hij sprak weinig maar kon in weinig woorden veel zeggen; zijn bijdrage werd door velen als een hoogtepunt gezien. De rest van de redactie vulde het palet: van droge ironie tot bonkige aanvalstuigen, allemaal met hun eigen toon en ambitie om zich te profileren.
De publicatiemethode was letterlijk handwerk: tussen circa 09:00 en 22:00/23:00 werd vrijwel ieder uur iets online gezet, handmatig ingevoerd door iemand die fysiek achter een laptop zat. Die voorspelbare, menselijke cadans — de schrijver die een stuk klaarzet en een collega die het op het juiste moment live zet — functioneerde als een “analoog algoritme” en vormde een van de succesfactoren van het weblog. Lezers wisten daardoor per uur waar GeenStijl belang aan hechtte en hoe het onderwerp geframed werd.
Stijl en inhoud waren polemisch, soms bewust tendentieus en kwetsend; een ironisch, scherp instrument waarmee politici, mediapersoonlijkheden en culturele figuren werd aangepakt. Noms de guerre en stiletto-achtige formuleringen maakten van het platform een permanent debatveld: geliefd door sommigen, gehaat door anderen, maar altijd luidruchtig en ongeremd. Het was een open banket van woorden dat geregeld ontaardde in een verbale food fight.
De schrijver mist dat rauwe ritme en de snelle, onbevangen manier van werken nu het internet en de toekomst steeds meer gekaderd en uitgekristalliseerd lijken. Waar vroeger alles een mogelijke scoop was, voelt het nu soms alsof er minder ruimte is voor die impulsieve, brutale aanpak die GeenStijl in zijn eerste jaren kenmerkte.