Tien jaar tellen in tuinen
In dit artikel:
Al meer dan tien jaar tellen honderden vrijwilligers wekelijks vogels, vlinders en andere tuinbewoners via de Jaarrond Tuintelling. Deelnemers voeren per week een lijst in of doen een tijdstiptelling (bijv. een halfuur). De verzamelde waarnemingen van honderden tuinen worden op Jaarrondtuintelling.nl gecentraliseerd en zijn met kaarten en grafieken te raadplegen. Het project brengt de biodiversiteit in Nederlandse tuinen systematisch in kaart en fungeert tegelijk als waarschuwingssysteem, bijvoorbeeld voor vogelziekten.
Uit de eerste tien jaar tekenen zich patronen af: typische tuinsoorten zoals de huismus en het klein koolwitje blijven veelvuldig voorkomen, maar er zijn ook duidelijke dalingen. Ringmussen en de vlinder kleine vos worden minder gezien. De tellingen sluiten aan bij landelijke meetnetten van het Netwerk Ecologische Monitoring en hebben eerder al uitbraken zoals het usutuvirus (2016), dat merels hard trof, snel aan het licht gebracht. Ook de afname van groenlingen wordt in tuinen zichtbaar en hangt samen met de ziekte ‘het geel’.
Sovon-coördinator Jan Schoppers onderzoekt nu of uit de tuintellingen het broedsucces van huismussen te herleiden is, naar voorbeeld van het Britse Garden BirdWatch: “In Nederland lijkt dat ook te kunnen, de uitkomsten publiceren we binnenkort.” Sommige soorten lijken stabiel — de egel en citroenvlinder bijvoorbeeld — terwijl waterpartijen tuinen aantrekkelijk maken voor veel juffers en libellen. Opvallend is dat bruine kikkers ondanks vijvers in tuinen afnemen.
De deelname is omvangrijk: tot nu toe zijn ruim 374.000 weektellingen en 174.200 tijdstiptellingen ingezonden. Experts controleren binnenkomende lijsten en verifiëren bijzondere vondsten; bevestigde tuinschatten waren onder meer oehoe, vale gierzwaluw, tijgerblauwtje en zelfs een wolf. De meest gemelde vogels zijn spreeuw, huismus en kauw; bij dagvlinders staan klein koolwitje, atalanta en dagpauwoog bovenaan.
Omdat tuinen samen een gebied beslaan dat veel groter is dan bijvoorbeeld de Oostvaardersplassen, leveren deze gegevens belangrijke bouwstenen voor beleid en advies van natuurorganisaties (Vlinderstichting, Zoogdiervereniging, RAVON, EIS, Vogelbescherming Nederland en Sovon) om tuinen biodiverser te maken en ziekte-uitbraken vroeg te signaleren.