Tien jaar natuurlijke begrazing op De Maashorst
In dit artikel:
Tien jaar na het loslaten van wisenten, taurosrunderen en Exmoorpony’s op De Maashorst (ruim 1.200 ha) wordt het project als succes én leerproces gevierd. Op 29 januari kwamen natuurbeheerders, onderzoekers en beleidsmakers uit Nederland en Vlaanderen bijeen om ervaringen met natuurlijke begrazing en herstel van landschap en watersysteem uit te wisselen. De grote opkomst benadrukte dat wat hier gebeurt ook internationaal relevant is.
De Maashorst ligt op een omhooggedrukte horst tussen de Roerdalslenk en het Maasdal, met een uniek kwel- en roestingsproces dat natte bovenkanten en droge lage kanten in het landschap veroorzaakt. Ruilverkaveling liet diepe ontwateringsgreppels achter die delen van dit systeem kapotmaakten; door aankoop van landbouwgrond is herstel van natte gebieden al op gang gebracht.
De drie grazers vullen elkaar ecologisch aan: paarden grazen het meest intensief, wisenten houden zich veel op in en bij bossen en zoeken open plekken, terwijl taurossen en wisenten jonge berkjes snoeien en open structuur creëren. Aanvankelijk was er niche-overlap, maar na enkele jaren ontwikkelde elke soort eigen voorkeuren, vergelijkbaar met patroonvorming in Afrikaanse grazersamenlevingen. Het streven is het hele kerngebied door deze drie soorten te laten begrazen; monitoring toont dat de dieren goed reageren op publiek, mits bezoekers afstand houden en zich aan gedragsregels houden.
Bosherstel combineert gericht kappen, openen van dennenpercelen en het aanplanten van ontbrekende loofsoorten. Grote grazers houden gebieden open en stimuleren heterogeniteit: door het breken en afgrazen van dicht opgekomen berken ontstaan minder monoculturen, meer bloemrijkheid en plekken waar eiken en andere soorten kunnen kiemen, vaak binnen braamstruwels. Tegelijk maken schrale zandbodems het bos kwetsbaar: extreem droge jaren (zoals 2018) en zeer natte periodes (2023–2024) hebben bomen doen afsterven en veranderlijke successies veroorzaakt. Als reactie wordt het aandeel paarden verhoogd ten opzichte van runderen om bloemrijke graslanden te bevorderen; effecten worden twee keer per jaar gemonitord.
Een opmerkelijk ecologisch succes is de grauwe klauwier: vanaf 2018 vestigden zich broedparen in meidoornstruwels, inmiddels zijn er circa 23 paren. Braakbalonderzoek liet zien dat veel van hun prooiskeletten dekschilden van mestkevers bevatten — een aanwijzing dat vrij grazende grote herbivoren zonder ontworming de voedselwebben voor bepaalde insectenetende vogels versterken.
Het werk is nog niet klaar: er komen meer percelen bij, ontwateringsgreppels kunnen verdwijnen en nieuwe oeverzones worden meegenomen in de begrazing zodat drinkwater voor dieren geborgd is. De afgelopen decennia is het aantal broedvogels en andere soorten toegenomen (recent oehoe en middelste bonte specht; ook veldkrekels en blauwvleugelsprinkhanen tekenen herstel). Partners blijven samenwerken om van De Maashorst een groter, aaneengesloten en veerkrachtiger natuurgebied te maken. Tekst: Leo Linnartz (ARK Rewilding Nederland).