Tien jaar na dood Johan is Jordi directeur bij Ajax: hoeveel Cruijff zit er in Cruijff?

dinsdag, 24 maart 2026 (06:45) - NOS Nieuws

In dit artikel:

Tien jaar na het overlijden van Johan Cruijff blijft de vergelijking met zijn zoon Jordi leven, zeker nu Jordi als technisch directeur van Ajax de feitelijke leiding kreeg over de Johan Cruijff Arena. Jordi, die voluit Johan Jordi Cruijff heet, benadrukt dat hij “maar een gewone sterveling” is, maar kenners zien zowel overeenkomsten als duidelijke verschillen tussen vader en zoon.

Journalist en biograaf Jaap de Groot plaatst Jordi als zakelijker en praktischer: hij regelt veel contractzaken zelf en heeft zakelijke trekjes van opa Cor Koster, die jarenlang Johans zaakwaarnemer was. Waar Johan volgens De Groot de ultieme idealist was — vaak vertellend en impulsief, nog altijd de voetballer in hart en nieren — is Jordi meer gericht op prestatie en resultaat. Dat blijkt onder meer uit zijn aanpak bij Jong Ajax en zijn snelle wisselingen van trainers bij Ajax, bijvoorbeeld het vervangen van Willem Weijs en Fred Grim kort na zijn aanstelling.

Peter Bosz, die zowel Johan (in 2016) als Jordi goed kent, ziet vooral karakterovereenkomsten: beiden durven knopen door te hakken. Bosz herinnert zich gesprekken met vader en zoon over voetbaldetails en gebruikt Johan nog regelmatig als gedachte-expert bij lastige keuzes — hij vermoedt dat Johan voor pure, aanvallende oplossingen zou kiezen in moeilijke wedstrijden. Tegelijk benadrukt Bosz dat Jordi tactisch soms anders denkt; Jordi zoekt bijvoorbeeld eerder compacte, Spaanse types in de verdediging, terwijl Johan avontuurlijker durfde te zijn.

Edwin Winkels wijst op een ogenschijnlijke tegenstelling: Jordi is bedachtzamer en minder podiumgericht dan zijn vader, maar hij benoemt toch trainers die Johan’s aanvallende ideeën waarderen, zoals Bosz en Óscar García. Jordi laat zich weinig beïnvloeden door media-opmerkingen en opereert onafhankelijk, volgens critici en kenners met meer terughoudendheid maar ook met hetzelfde zelfvertrouwen als zijn vader.

Anekdotes illustreren de verschillen: waar Johan volgens meerdere getuigen voetbalstress zelden thuis bracht en lichtvoetig kon relativeren, erkent Jordi dat hij na een slechte wedstrijd vaak een dag nodig heeft om ervan bij te komen. Die mix van nuchterheid, prestatiegerichtheid en respect voor het Cruijff-voetbal maakt Jordi tot een eigen figuur binnen het Cruijff-erfgoed: trouw aan bepaalde principes van zijn vader, maar zakelijker en bedachtzamer in uitvoering.