Tien jaar na Brexit zien we wat 'controle terugnemen' Europa werkelijk oplevert: bunkers, angst en een verdwenen moreel kompas
In dit artikel:
28 december 2025 — Tien jaar na het Brexit-referendum en de eerste verkiezing van Donald Trump constateert de auteur een wereld die steeds meer in zichzelf is gekeerd: nationale staten trekken zich terug, democratische instituties raken kwetsbaar voor de grillen van individuen en de rechtsstaat vertoont verontrustende scheuren. Tegelijkertijd verdedigt het stuk het idee dat wanhoop geen excuus is om de politiek op te geven; hoop — ook al zonder zeker optimisme — blijft een morele plicht.
De schrijver begint bij een herinnering aan Jeremy Corbyns citaat van Enver Hoxha, de Albanese communistische leider. Dat verrassende echo van een autoritair verleden diende als ingangsteken om te onderzoeken hoe angst en paranoia sinds 2016 een deel van links hebben gevormd: Brexit, de opkomst van Trump, de pandemie en oorlogen in Oekraïne en Gaza hebben het vertrouwen in liberale zekerheden uitgehold. Hoewel de paniek rond lege supermarktschappen in 2019 achteraf overdreven leek, signaleert de auteur dat het politieke klimaat fundamenteel veranderd is. De reclameslogan van brexiteers — "take back control" — is inmiddels verworden tot een ideologie die mensen en buitenlandse invloeden als oorzaken van maatschappelijke problemen aanwijst.
Historisch-filosofisch maakt het essay een sprong naar Immanuel Kant, die in 1784 probeerde te bedenken of er een richting in de menselijke geschiedenis valt te ontdekken. Kant zag paradoxaal genoeg in oorlogen ook een motor die naties economisch en politiek zou kunnen dwingen tot samenwerking. Die hoop op een nieuwe politieke orde vond later weerklank in het Manifest van Ventotene, geschreven door Altiero Spinelli en Ernesto Rossi in ballingsoord onder Mussolini. Hun pleidooi voor een federaal, supranationaal Europa — waarin machtspolitiek vervangen wordt door rechtsorde en gedeelde belangen — vormde een van de intellectuele bronnen voor de naoorlogse Europese integratie en uiteindelijk de EU.
In de vroege eenentwintigste eeuw leek die droom nog levend: er werd gedebatteerd over transformatie van functionele samenwerking naar een politieke gemeenschap, tot en met voorstellen voor een Europese grondwet. De auteur wijst er echter op dat die hoop nu schaars is. Ironisch genoeg leeft die Europese idealenstrijd sterker in Albanië dan in veel westerse hoofdsteden: Albanese politiek blijft gedomineerd door de belofte van EU-toetreding en nationale wetgeving wordt vaak snel aangepast aan het acquis communautaire. Maar ook daar zijn schaduwkanten: aan de Albanese kust staan detentiecentra voor gedeporteerde asielzoekers die een scharnier vormen tussen kosmopolitische aspiraties en dystopische werkelijkheid.
Het politieke landschap in Italië illustreert volgens de schrijver de omslag van het Europese project. Premier Giorgia Meloni bekritiseerde het Ventotene-manifest publiekelijk en stelde de nationale soevereiniteit boven federalistische ambities; haar visie — en die van haar partij, Broeders van Italië — is representatief voor een bredere Europese trend. Europese elites geven vaak de voorkeur aan streng migratiebeheer en opportunistische omgang met autoritaire leiders voor handelsspelingen; Ursula von der Leyens pleidooi om Europa te herbewapenen roept bij de auteur zelfs de vergelijking op met Albaniës bunkerbouw uit het communistische tijdperk.
Als tegenwicht tot cynisme verwijst de tekst terug naar Kant: toekomstbeelden zijn door mensen te maken, en hypothetische geschiedenis kan dienen om toekomst mogelijk te maken. De schrijver sluit aan bij Václav Havel’s idee van hoop zonder optimisme — hoop als actieve plicht. Concrete focuspunten zijn de herleving van de ideeën die ooit Europese instellingen bezielden: verdediging van migrantenrechten, verzet tegen militarisering en het opnieuw mobiliseren van progressieve coalities. De geest van verzet en het federale ideaal van Ventotene worden aangewezen als het beste voorbeeld van hoe een politiek project, ondanks historische tegenslagen, weer op straat en in instituties tot leven kan komen.
Kortom: het essay beschrijft een Europa dat fragieler en meer nationalistisch is geworden sinds 2016, maar betoogt dat het vasthouden aan een bewust vormgegeven hoop — geworteld in historische voorbeelden van federale verbeelding en filosofische reflectie — noodzakelijk blijft om de mogelijkheid van democratische en kosmopolitische hervorming open te houden.
Vandaag Inside: Vandaag Inside verkozen tot beste en populairste website van 2026!