Tibor Del Grosso (22) uit Eelde mikt op zilver of brons op WK. 'Als je met Mathieu wordt vergeleken, kan het allemaal alleen maar tegenvallen'

vrijdag, 30 januari 2026 (14:28) - Dagblad van het Noorden

In dit artikel:

Tibor Del Grosso (22, Alpecin‑Deceuninck) ziet zichzelf komende zondag in Hulst wel als kanshebber voor een medaille, maar durft met Mathieu van der Poel aan de start niet daadwerkelijk op de wereldtitel te rekenen. De Drentse veldrijder noemt een podium realistisch, terwijl hij zijn winter al als geslaagd beschouwt nu hij zijn seizoensdoel—het winnen van klassementscrossen—bereikte met zeges in Diegem en Heusden‑Zolder. Ook pakte hij het Nederlands kampioenschap bij de profs (zonder Van der Poel aan de start) en was hij bij de generale in Hoogerheide de beste van de rest.

Del Grosso, tweevoudig wereldkampioen bij de beloften, heeft het dit seizoen vaak opgenomen tegen de absolute top en kwam daarbij regelmatig tekort tegen Van der Poel. In wedstrijden als Hoogerheide en Maasmechelen beantwoordde hij aanvallen, maar zodra Van der Poel een tandje bijschakelde ontstond er volgens Del Grosso meteen een kloof. Die dominantie maakt het voor hem onwaarschijnlijk dat iemand anders dan Van der Poel wereldkampioen wordt in Hulst.

Sportief staat Del Grosso er goed voor: behalve de genoemde overwinningen noteerde hij meerdere tweede plaatsen in Wereldbekerwedstrijden (waarbij Van der Poel vaak de winnaar was) en podiumplaatsen in zware crossen als Gavere en Zonhoven. Hij benadrukt dat zijn vooruitgang niet één grote sprong was maar een geleidelijke ontwikkeling — hij is simpelweg ouder en sterker dan vorig jaar.

Het parcours in Hulst is dit jaar aangepast om plek te bieden aan meer dan 50.000 toeschouwers en is iets rechter en zwaarder gemaakt ten opzichte van voorgaande edities. Die wijziging, samen met een kans op regen, doet volgens Del Grosso het voordeel eerder naar renners met veel power uitvallen — opnieuw een pluspunt voor Van der Poel. Del Grosso zelf blijft echter vertrouwen hebben in zijn vorm en in zijn vermogen om ook op zwaardere omlopen goed te presteren.

Persoonlijk stoort hij zich aan het etiket ‘de nieuwe Van der Poel’; hij erkent het compliment, maar wijst erop dat vergelijking onvermijdelijk teleurstellingen kan scheppen. Hij heeft grote waardering voor Van der Poel als renner, maar ziet zijn eigen ambities realistisch: een podium in Hulst zou een mooie bekroning zijn, maar het behalen ervan verandert niet het gevoel van voldoening over een sterk gebleken winter.