Thuisonderwijskinderen moeten terug naar school, maar met overgangsperiode

donderdag, 11 juni 2026 (12:12) - NU.nl

In dit artikel:

Branchevereniging Ingrado adviseert leerplichtambtenaren dat de 2.860 kinderen die op grond van de levensbeschouwing van hun ouders vrijstelling kregen van schoolplicht in principe weer naar school moeten, maar dat daarvoor een geleidelijke en zorgvuldige overgang nodig is. Het advies, gericht aan gemeenten, roept op om met ouders te overleggen en samen een plan van aanpak te maken dat uitloopt op deelname aan onderwijs en het vinden van een “passende onderwijsplek”. Gemeenten wordt aanbevolen komend schooljaar geen handhavingsmaatregelen te treffen als een kind nog niet is ingeschreven, zodat er tijd is voor overleg en plaatsing.

De richtlijn moet een eind maken aan jarenlange ongelijkheid in de toepassing van artikel 5 onder b van de Onderwijswet, dat ouders vrijstelling geeft wanneer in de directe omgeving geen school aansluit bij hun levensbeschouwing. Leerplichtambtenaren pasten die regeling tot nog toe zeer verschillend toe; die onduidelijkheid leidde ertoe dat het Openbaar Ministerie bezwaar wees tegen vervolgingen. In 2024 waren er circa 60 strafzaken rond dit artikel. De Hoge Raad concludeerde in april dat kinderen in principe naar een openbare school moeten, maar liet onduidelijk of dat alleen voor nieuwe leerplichtigen of ook voor al bestaande vrijstellingen geldt — een knelpunt dat Ingrado nu wil verduidelijken met haar handreiking.

Veel ouders met een levensbeschouwelijke vrijstelling zijn aangesloten bij de Nederlandse Vereniging voor Thuisonderwijs (NvVTO). Die waarschuwt dat hun bezwaren tegen regulier onderwijs niet zomaar verdwenen zijn en vreest dat een deel van de gezinnen geen passende school kan vinden. De vereniging voelt dat de rechten van deze minderheid worden ingeperkt en pleit juist voor wettelijke verankering van thuisonderwijs met toezicht.

Staatssecretaris Judith Tielen oordeelt positief over Ingrado’s uitgangspunten en werkt aan een langetermijnoplossing: ofwel het afschaffen van de vrijstellingsmogelijkheid, ofwel het regelen van toezicht op thuisonderwijs. Zij zegt daar vóór de zomer de Tweede Kamer over te informeren. Een achterliggend probleem blijft dat thuisonderwijs in Nederland formeel niet bestaat als erkende onderwijsvorm en momenteel zonder structureel toezicht kan plaatsvinden, met alle risico’s van dien.

Het aantal kinderen met zo’n vrijstelling groeit snel: vorig schooljaar waren het 2.860 leerlingen, 16% meer dan het jaar daarvoor en bijna een verdubbeling ten opzichte van vijf jaar eerder.