Thuisonderwijs om geloof voortaan slechts per uitzondering toegestaan; „Kind is welkom op openbare school"
In dit artikel:
De Hoge Raad heeft de voorwaarden voor vrijstelling van de leerplicht bij richtingsbezwaren aangescherpt. In een onlangs uitgesproken arrest oordeelde de hoogste rechter in een zaak van ouders die hun dochter vanwege hun soefistische levensbeschouwing (Tasawwuf) thuis wilden onderwijzen, dat vrijstelling alleen nog in uitzonderlijke gevallen kan worden toegekend. Ouders moeten aantonen dat geen enkele openbare school in de omgeving op een objectieve, kritische en veelkleurige manier lesgeeft over godsdienst, levensbeschouwing en maatschappij; ontbreken van een confessionele school alleen is onvoldoende.
In Nederland krijgen ruim 2.000 kinderen thuisonderwijs vanwege dergelijke bezwaren, een groep die sinds 2001 jaarlijks met ongeveer 15 procent groeit. Tegelijkertijd is er zorg over schooluitval: circa 70.000 leerlingen zijn officieel thuiszitters. Het Openbaar Ministerie liet zich in 2025 al vrij terughoudend zien door te stoppen met vervolging van ouders die hun kinderen vanwege geloofs- of levensovertuigingen niet naar school sturen.
Belanghebbenden reageren verdeeld. Marco Frijlink (voorzitter Vereniging Openbaar Onderwijs) verwacht dat de uitspraak zal leiden tot minder thuisonderwijs en ziet dit als een bevestiging van het ideaal dat openbaar onderwijs kinderen met verschillende achtergronden bij elkaar brengt. Hij pleit bovendien voor actief handhaven door leerplichtambtenaren, gemeenten en het OM en heeft de staatssecretaris opgeroepen de vrijstelling wegens gemoedsbezwaren helemaal te schrappen. Josien van Putten (vicevoorzitter Nederlandse Vereniging voor Thuisonderwijs) waarschuwt dat de uitspraak veel ouders onrust bezorgt; zij benadrukt dat thuisonderwijs voor sommige kinderen, bijvoorbeeld hoogbegaafden of kinderen die anders leren, vaak passender is en roept juist op tot wettelijke erkenning en toezicht op thuisonderwijs zodat de rechten van kinderen gewaarborgd blijven.
De uitspraak maakt duidelijk dat rechters voortaan strenger toetsen of openbare scholen voldoende pluralistisch en kritisch onderwijs bieden over levensbeschouwing. Praktisch betekent dat dat verzoeken om leerplichtvrijstelling wegens richtingsbezwaren zelden zullen slagen, tenzij kan worden bewezen dat het openbaar onderwijs in de buurt wezenlijk tekortschiet. De zaak zal waarschijnlijk leiden tot nieuwe discussies over wetgeving en handhaving rond thuisonderwijs en de balans tussen ouderlijke opvoedvrijheid en staatsverantwoordelijkheid voor het onderwijs.