Theo Hiddema reageert op Ronald Plasterk: "Praktisch opgeleiden houden dit land draaiende, niet de vergadertypes"
In dit artikel:
Een korte maar prikkelende uitwisseling op X tussen oud-minister Ronald Plasterk en advocaat/ex-Kamerlid Theo Hiddema legde opnieuw de maatschappelijke kloof tussen twee Nederlanden bloot: degenen met theoretische opleidingen die de instituten bezetten, tegenover mensen met praktische opleidingen die het land draaiende houden. Plasterk wees erop dat praktisch opgeleiden in de meerderheid zijn en andere opvattingen hebben, maar dat beleidsmakers, ambtenaren, journalisten, bestuurders en academici de sleutelposities innemen en daarmee bepalen welke thema’s de agenda voeren. Hiddema vulde aan met een scherpe lofzang op de werkende klasse: trots op het geleverde vakwerk, geen tijd voor vergadercultuur en weinig behoefte aan collectieve identiteitspolitiek of mediashow.
De scheidslijn gaat verder dan een cultureel verschil. Aan de ene kant staan monteurs, chauffeurs, verpleegkundigen, bouwvakkers, boeren en technici — mensen die dagelijks tastbaar werk verrichten en directe gevolgen van beleid zien. Aan de andere kant staan de institutionele elites die normen en prioriteiten formuleren: klimaatactie, diversiteit, stikstof, gender en andere thema’s die veelal in bestuurskamers, universiteiten en redactiehuizen worden bediscussieerd maar soms minder direct resoneren op de werkvloer.
De kern van het betoog is democratisch en praktisch van aard. Plasterk waarschuwt dat een kleine, ideologisch vrij homogene groep via instituties de residu van het publieke debat en beleid kan domineren, waardoor de meerderheidsstandpunten buiten beeld blijven. Hiddema benadrukt dat praktisch opgeleiden een eigen, nuchtere realiteitszin hebben — gericht op resultaat en vakmanschap in plaats van op publieke herkenning of activistisch optreden — en dat die houding in veel opzichten gezonder is dan een permanente focus op symboliek en mediaoptredens.
Het publieke debat rond deze uitwisseling raakt aan bredere zorgen: sociale vervreemding, representatiegebrek en het risico dat beleid en maatschappelijke discussies vervreemden van de dagelijkse praktijk. Als een grote groep mensen zich niet gehoord voelt, kan dat het vertrouwen in instellingen en de maatschappelijke samenhang ondermijnen. De vraag die Plasterk en Hiddema impliciet stellen is of politiek, media en academische wereld bereid zijn hun prioriteiten aan te passen en praktischer stemmen meer ruimte te geven.
Voor lezers die meer context willen: dit conflict tussen “praters” en “doeners” is geen nieuw fenomeen in Nederland of elders; vergelijkbare spanningen spelen in veel westerse democratieën waar technocratische elites botsen met beroepsgroepen en regio’s die andere ervaringen en belangen hebben. Wat de discussie in Nederland scherp maakt, is de zichtbaarheid van beide kanten in media en politiek en de snelheid waarmee uitspraken op platforms als X zich verspreiden.
Kortom: de tweetwisseling fungeert als katalysator voor een bredere reflectie over wie bepaalt wat normaal en wenselijk is in Nederland. Praktisch opgeleiden vragen geen theatrale erkenning, maar wel respect en besluitvorming die rekening houdt met de realiteit van hun werk — en als die behoefte structureel onopgemerkt blijft, groeit de kloof verder.