Theo Gommer: 'Geef werknemer recht op uitstapje naar andere branche'
In dit artikel:
De auteur pleit voor een veel flexibeler overgang van werk naar pensioen, afgestemd op zowel de wensen van werknemers als de mogelijkheden van werkgevers. Volgens hem werkt het arbeidsrecht nog te veel vanuit starre uitgangspunten: vaste banen voor onbepaalde tijd, werken tot de AOW-leeftijd en daarna direct volledig met pensioen. Dat model is niet meer passend en vraagt om meerdere aanpassingen.
Belangrijkste voorstellen:
- Recht op (tijdelijk) parttime werken en op langdurig verlof: werknemers zouden bijvoorbeeld vanaf circa 15 jaar voor hun AOW-leeftijd de mogelijkheid moeten krijgen om (tijdelijk) minder te gaan werken of tot zes maanden verlof op te nemen. Dit zou onder meer met pensioenvoorzieningen gefinancierd kunnen worden en moet ruim van tevoren worden besproken.
- Plicht en wederkerigheid: naast deze rechten hoort naar het oordeel van de auteur ook een plicht. Werkgevers moeten onder bepaalde voorwaarden het initiatief mogen nemen voor verplichte deeltijd of demotie naar minder belastend werk, met een iets lager salaris maar vrijwel ongewijzigde pensioenopbouw. Dit speelt omdat veel oudere werknemers hun werk grotendeels blijven waarderen, maar niet alle taken meer willen of kunnen uitvoeren.
- Uitstap naar andere sectoren: werknemers moeten de mogelijkheid krijgen tijdelijk in een andere branche (bijv. zorg) te werken en na bijvoorbeeld een jaar terug te keren. Dit kan gecombineerd worden met verlofregelingen.
- Verdergaande employability-maatregelen: cao’s beperken zich vaak tot het lichter maken van het werk in de laatste jaren vóór pensioen; de auteur wil eerder en ingrijpender flexibiliteit, inclusief deeltijdpensioen (al vanaf tien jaar voor AOW), met aandacht dat werkzaamheden niet simpelweg in minder dagen gepropt worden.
- Recht op doorwerken na pensioendatum: veel juridische obstakels zijn verdwenen, maar instemming van beide partijen blijft nodig. De schrijver stelt dat werknemers recht zouden moeten hebben om drie tot vijf jaar na de AOW-leeftijd parttime door te werken, met een evaluatie na drie jaar.
De conclusie is dat het standaardpad van fulltime werken gevolgd door fulltime pensioen achterhaald is. De schrijver pleit voor maatwerk per branche/CAO/bedrijf, eventueel met een onafhankelijke adviseur, en ziet de rechter als laatste redmiddel wanneer partijen er niet uitkomen.