The New York Times ontdekt Pommelien Thijs: "Popster in de helft van haar land"
In dit artikel:
Pommelien Thijs (25) kreeg een uitgebreid portret in The New York Times, waarin de Londense journalist Alex Marshall haar bestempelt als een van de grootste popsterren van België. Marshall ontdekte haar naam eind vorig jaar via Spotify‑jaarlijsten: haar nummer “Atlas” was het enige Belgische lied dat opviel, en na het onderzoeken van de teksten via Google Translate noemde hij haar muziek opvallend gelaagd.
De krant gebruikt Thijs niet alleen als artiestenportret, maar ook als illustratie van de blijvende taalverdeling in België. Hoewel haar nummers miljoenen streams genereren, blijken die vrijwel uitsluitend uit het Nederlandstalige deel van het land te komen. Dat hangt samen met de gescheiden media‑ecosystemen: aparte radiozenders, hitlijsten en festivals in Vlaanderen en Wallonië maken het voor artiesten lastig om beide taalgemeenschappen te bereiken.
Thijs heeft internationaal en in Nederland al moeite gehad tot doorbraak te leiden—ze vult zalen als de Ziggo Dome en trad recent op tijdens een meerdaagse reeks in de Antwerpse AFAS Dome—maar oversteken naar het Franstalige publiek blijft moeizaam. De New York Times noteert wel dat ze voorzichtig stappen zet richting Wallonië, onder meer met een optreden op het Ronquières‑festival. Fans in Antwerpen benadrukten tegenover de krant dat ze vooral zichzelf moet blijven; “Elke regio heeft zijn eigen superster nodig”, volgens enkelen. Het verhaal van Thijs toont hoe, ondanks wereldwijde trends naar het luisteren van muziek in andere talen, taal in België nog altijd een cruciale scheidslijn vormt in popsucces.
De Oranjezomer: Theo Janssen ziet Oranje-speler basisplek kwijtraken: ‘Daar moet hij voor vrezen!’