Terwijl Duitsland al jaagt, wacht Nederland nog op onderzoek naar wolf

dinsdag, 17 februari 2026 (12:07) - Reformatorisch Dagblad

In dit artikel:

De Europese norm voor de wolf – de zogeheten gunstige staat van instandhouding (FCS) – staat centraal in het debat over hoeveel wolven Europa en Nederland kunnen hebben. De Europese Commissie liet twee ecologen onderzoeken hoeveel roedels nodig zijn om die FCS te bereiken voor Centraal-Europa (Nederland, België, Luxemburg, Duitsland, Denemarken, Polen, Tsjechië en Oostenrijk). Hun conclusie: in totaal zijn circa 500 roedels nodig.

Dat heeft directe gevolgen voor het beleid. In augustus vorig jaar meldde Duitsland dat sommige deelstaten aan de Nederlandse grens (onder meer Nedersaksen, Sleeswijk-Holstein en Noordrijn-Westfalen) de FCS hadden bereikt. De federale overheid wijzigde daarop de Bundesjagdgesetz en de Bundesnaturschutzgesetz, waardoor het weer toegestaan is op wolven te jagen onder strikte voorwaarden. Ook Frankrijk versoepelde regels: boeren mogen wolven schieten wanneer vee wordt aangevallen, nu ook buiten omheiningen. Duitsland telde twee jaar geleden 209 roedels; dat aantal is sindsdien verder gegroeid. Nederland had vorig jaar 13 roedels. Wageningen University concludeerde eerder dat Nederland theoretisch plaats heeft voor 23–56 roedels; aanvullend ecologisch onderzoek wordt in april/mei verwacht.

Naast ecologie speelt maatschappelijke draagkracht een grote rol. Veeboeren en bewoners van natuurgebieden ageren tegen toegenomen schaapslachtoffers: meerdere petities bereikten tienduizenden handtekeningen (bijv. circa 21.600 en 18.800). Lokale actiegroepen in de Gelderse Vallei waarschuwen voor bijna-dagelijkse dodelijke schapenaanvallen en vrezen uiteindelijk ook gevaar voor mensen; demissionair staatssecretaris Chris Rummenie zei dat het niet de vraag is of maar wanneer iets gebeurt. Rummenie wil samen met Belgische en Luxemburgse collega’s bij de Europese Commissie een uitzondering bedingen voor dichtbevolkte, weinig beboste Benelux-landen en pleit voor meer centraal Europees beleid en een logische verdeling van verantwoordelijkheden.

Rummenie werkte aan Nederlandse wetgeving om wolven sneller de status ‘probleemwolf’ te kunnen geven, zodat afschot eerder mogelijk wordt, maar een Kamermeerderheid zette die plannen on hold pending het wetenschappelijke onderzoek. Zolang de FCS voor Nederland niet is vastgesteld, blijven ingrijpende maatregelen ingewikkeld.

Duitsland geeft voorbeelden van hoe de FCS praktisch werkt: als wolven goedgekeurde rasters passeren mogen ze wettelijk verwijderd worden; waar rasters niet toepasbaar zijn (bijv. bergachtige gebieden of dijken), kan preventief ingrijpen ter bescherming van vee worden toegestaan. Federale ministers benadrukken dat het doel is samenleven met de wolf en maatregelen periodiek (elke vijf jaar) te evalueren om conflicten te verminderen.

Kortom: ecologisch gezien is Nederland wellicht nog niet ‘vol’, maar politiek en maatschappelijk groeit de druk om conflicten met wolven sneller en steviger te kunnen aanpakken — met Duitsland en Frankrijk als voorbeelden van een resolutere aanpak onder de FCS-regels.