Terwijl Afghaanse meisjes niet naar school mogen, heropent de EU de diplomatieke kanalen met de Taliban
In dit artikel:
Vijf jaar nadat de Taliban op 15 augustus 2021 de macht in Afghanistan overnamen, is van de beloofde mildere koers weinig terechtgekomen. Vooral vrouwen en meisjes worden steeds verder uit het openbare leven verdreven, terwijl de internationale gemeenschap voorzichtig opnieuw met het regime samenwerkt.
De veertienjarige Rabia illustreert de gevolgen. Ze droomde ervan geneeskunde te studeren en hartchirurg te worden, maar moest haar school verlaten nadat de Taliban die in 2021 sloten. Sindsdien krijgt ze alleen koranonderwijs in een madrassa en leest ze de schoolboeken van haar broer, die wel naar school mag. Meisjes mogen in Afghanistan na hun twaalfde niet meer naar school en vrouwen zijn uitgesloten van universiteiten en veel banen. Ook mogen ze zich niet vrij bewegen zonder mannelijke voogd en zijn praten, zingen en neuriën in openbare ruimtes verboden.
De Taliban beloofden na hun machtsgreep een gematigder bestuur dan tijdens hun eerste bewind van 1996 tot 2001. Ze zouden mensenrechten respecteren en Afghanistan niet opnieuw laten uitgroeien tot een uitvalsbasis voor terroristische organisaties. Volgens het artikel zijn die toezeggingen niet nagekomen. De repressie is groot, georganiseerde oppositie ontbreekt vrijwel en de rechtspraak is volgens oud-parlementslid Khalid Pashtoon verslechterd doordat rechters vaak geen juridische kennis hebben.
Ook willekeurige arrestaties en gedwongen verdwijningen nemen toe. De mensenrechtenorganisatie Rudari Foundation registreerde tussen januari en juni 2024 614 arrestaties zonder rechtsgrond, onder wie voormalige ambtenaren, journalisten, activisten en critici. In dezelfde periode meldde de Tolerance Foundation minstens 36 gedwongen verdwijningen in negen provincies, drie keer zoveel als een jaar eerder. Tegelijkertijd groeit de armoede: volgens het VN-Ontwikkelingsprogramma leeft 90 procent van de Afghanen onder de armoedegrens en moet driekwart van de huishoudens voedsel of geld lenen voor basisbehoeften. Het aandeel werkende vrouwen daalde volgens VN-cijfers van 11 procent in 2022 naar 6 procent een jaar later.
Binnen de Taliban bestaan bovendien spanningen. De machtskern ligt steeds meer in Kandahar in plaats van Kabul, waardoor andere provincies zich achtergesteld voelen. De invloedrijke Haqqani-factie wil meer ruimte voor formele staatsinstellingen en meer contact met het buitenland. Ook binnen de beweging is verdeeldheid over het onderwijsverbod voor meisjes. Plaatsvervangend minister van Buitenlandse Zaken Mohammad Abbas Stanikzai, die kritiek uitte op de sluiting van meisjesscholen, vluchtte naar de Verenigde Arabische Emiraten. Volgens Pashtoon kan de interne onenigheid uitmonden in een machtsstrijd.
De relatie met buurland Pakistan is eveneens verslechterd. Een langdurig grensgeschil rond de niet door Afghanistan erkende Durandlijn is geëscaleerd door aanvallen van de Pakistaanse Taliban (TTP), die volgens Islamabad vanuit Afghanistan opereert. Na Pakistaanse luchtaanvallen op Afghaans grondgebied in december 2024 meldden Afghaanse bronnen minstens 46 doden, vooral vrouwen en kinderen. Pakistan zei dat de aanvallen schuilplaatsen van TTP-strijders hadden getroffen.
Economisch is Afghanistan niet volledig ingestort, maar de bevolking blijft arm. Het bruto binnenlands product kromp in 2021 met een derde. Geldzendingen van de Afghaanse diaspora en internationale humanitaire hulp voorkomen een grotere crisis; hulporganisaties financieren onder meer gezondheidszorg en onderwijs. De Taliban innen belastingen, maar leveren daar volgens econoom Sarajuddin Isar weinig publieke diensten voor. Het verbod op rente beperkt bovendien leningen, investeringen en werkgelegenheid. Vooral het uitsluiten van vrouwen schaadt de economie, omdat daardoor een groot deel van de potentiële beroepsbevolking en kennis onbenut blijft.
De internationale isolatie van de Taliban is intussen niet volledig. Het Internationaal Strafhof vaardigde in januari 2025 arrestatiebevelen uit tegen Talibanleider Haibatullah Akhundzada en de voorzitter van het Afghaanse Hooggerechtshof wegens misdaden tegen de menselijkheid in verband met de discriminatie van vrouwen en meisjes. Tegelijkertijd breidt Afghanistan de handel met Iran en Centraal-Azië uit. Rusland schrapte de Taliban in 2025 als eerste land van zijn terrorismelijst en erkende de beweging als de legitieme regering. China onderhoudt handelscontacten, al zijn grootschalige mijnbouwprojecten nog nauwelijks gerealiseerd.
Ook Europa zoekt voorzichtig contact, vooral vanwege migratie en veiligheid. Duitsland hervatte onder bondskanselier Friedrich Merz de gedwongen terugkeer van Afghanen en kreeg in ruil toegang voor twee Taliban-consulaire medewerkers. Mensenrechtenorganisaties waarschuwen dat zij zo persoonsgegevens van gevluchte Afghanen kunnen inzien. Op 23 juni werden vijf Taliban-leden op uitnodiging van de Europese Commissie in Brussel ontvangen. Vijftien EU-landen, waaronder Nederland, namen deel aan gesprekken over de terugkeer van Afghanen die een veiligheidsrisico vormen of ernstige misdrijven hebben gepleegd.
Nederland zegt de Taliban niet te erkennen en slechts minimale operationele contacten te onderhouden. Het kabinet noemt terugkeer van vertrekplichtige Afghanen een prioriteit, maar zegt dat overleg geen normalisering van de relatie betekent. De Taliban zien de Europese gesprekken wel als aanleiding om vertegenwoordigers in Europese ambassades te eisen.
De Taliban lijken hun macht inmiddels stevig te hebben verankerd: ze controleren het veiligheidsapparaat, innen belastingen en hebben vrijwel een geweldsmonopolie. Humanitaire hulp blijft het belangrijkste internationale drukmiddel, maar minder hulp treft vooral de bevolking en nauwelijks het regime. Rabia blijft desondanks hopen dat internationale druk het verbod op meisjesonderwijs beëindigt. Als haar school weer opengaat, wil ze onmiddellijk terugkeren.
De Oranjezomer: Raymond Mens over Jetten: 'Moet oppassen dat hij niet als Premier Feestneus bekend komt te staan'