Tel de bloemen, meet de biodiversiteit van een grasland
In dit artikel:
Wageningse onderzoekers onder leiding van Reinier de Vries laten zien dat het tellen van verschillende bloemsoorten in weilanden een snelle en betrouwbare indicatie geeft van bredere biodiversiteit. In een studie, recent gepubliceerd in Ecological Indicators, onderzochten zij 41 graslanden in het zuidelijkste, heuvelachtige deel van Nederland — een gebied met zowel intensief beheerde als half-natuurlijke weilanden. Het doel was een eenvoudige, opschaalbare maat te vinden voor soortenrijkdom, omdat het inventariseren van geleedpotigen veel tijd en specialistische kennis vraagt.
Methoden: in elk grasland legden ze een transect van 150 x 1 m aan en telden en identificeerden alle bloeiende plantensoorten. In april, juni en juli vingen en telden ze ook geleedpotigen en spinnen met sleepnetten en observaties van bestuivers. In totaal registreerden ze circa 520 soorten geleedpotigen, waaronder wilde bijen, wantsen, spinnen, mieren, sprinkhanen, vliegen en kevers.
Belangrijkste bevindingen: de soortenrijkdom aan bloemen in een transect bleek een sterke voorspeller te zijn voor de soortenrijkdom van planten en voor zes van de zeven onderzochte geleedpotengroepen. Bloemdekking (hoeveel bloemen er in totaal zijn) was veel minder informatief: enkele dominante soorten zoals paardenbloem en witte klaver kunnen veel bloei geven zonder dat dat samengaat met hoge biodiversiteit. De onderzoekers concluderen dat het vooral om het aantal verschillende bloemsoorten gaat, niet om de hoeveelheid bloemen.
Ecologische verklaring: hoge bloemrijkdom werkt als een signaal voor geschikte habitatcondities — denk aan open vegetaties met complexe structuur en beperkte verstoring — die zowel bloembezoekende insecten als soortgroepen die niet direct van bloemen afhankelijk zijn (bijv. spinnen, sprinkhanen) aantrekken of herbergen.
Robuustheid en seizoenspatroon: de relatie tussen bloemrijkdom en geleedpotigen bleef bestaan tijdens de lente en vroege zomer, en onafhankelijk van het intensiteitsniveau van het landgebruik. Intensief beheerde graslanden verloren vaak al in mei hun bloemenpracht, terwijl half-natuurlijke percelen tijdens het groeiseizoen meer soorten bleven aantrekken.
Toepassingen en beperkingen: bloemrijkdom is eenvoudig te beoordelen door beheerders, boeren en burgers (ondersteund door identificatie-apps en mogelijk remote sensing) en kan dienen als een snelle indicator voor grootschalige monitoring en beleidsdoeleinden, bijvoorbeeld bij het beoordelen van natuurvriendelijke landbouwmaatregelen of als basis voor beloningen aan boeren. Wel benadrukken de auteurs dat bloemenrijkdom geen vervanging is voor gedetailleerde soorteninventarisaties wanneer het gaat om het vaststellen welke soorten aanwezig zijn en hoe hun populaties zich ontwikkelen.
Kort gezegd: het aantal bloemsoorten in graslanden biedt een efficiënte, breed toepasbare aanwijzing voor biodiversiteitswaarde, maar blijft aanvullend op gerichte monitoring voor soortspecifieke informatie.