Tegenwoordig heeft iedereen een trauma
In dit artikel:
Het woord trauma had oorspronkelijk een strikt medische betekenis: lichamelijk letsel, zoals een hoofdwond of botbreuk. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd duidelijk dat ook extreme angst zonder lichamelijk letsel langdurige psychische schade kon veroorzaken. Sindsdien verwijst trauma zowel naar lichamelijk als psychisch letsel.
Volgens Damiaan Denys, filosoof en hoogleraar psychiatrie aan de Universiteit van Amsterdam, is de betekenis in het dagelijks taalgebruik de laatste jaren sterk verbreed. Vooral jongeren gebruiken het woord voor gebeurtenissen die pijnlijk of vervelend zijn, maar niet noodzakelijk aan de medische criteria voor een trauma voldoen. Journalist Sophie Frankenmolen merkt daarbij op dat jongeren wel degelijk behoefte hebben aan woorden voor hun pijn. Ze grijpen naar ‘trauma’ omdat mildere termen volgens hen niet serieus worden genomen. Tegelijk waarschuwt Denys dat een zwaar woord aan betekenis verliest wanneer iedereen het gebruikt.
Uit onderzoek blijkt dat 71 procent van de Nederlanders zegt ooit een traumatische gebeurtenis te hebben meegemaakt. Slechts 2 tot 3 procent ontwikkelt vervolgens een posttraumatische stressstoornis, een term die zijn medische betekenis wel heeft behouden. Ook woorden als depressie, hechting en dopamine zijn via sociale media in het dagelijks taalgebruik terechtgekomen.
Frankenmolen pleit daarom voor eenvoudige woorden als angst en droefheid, of voor nieuwe termen. De populariteit van trauma kan volgens Denys wijzen op een angstigere samenleving, maar ook op meer aandacht voor andermans lijden. De kwestie komt aan bod in de podcastaflevering ‘Waarom heeft iedereen een trauma tegenwoordig?’ van de Universiteit van Nederland, waarin Frankenmolen en Denys psychologie, filosofie en neurowetenschap bespreken.
Vandaag Inside: René van der Gijp onthult bij Vandaag Inside grootse plannen met podcast KieftJansenEgmondGijp