Tegenstander (met gebiedsverbod) van railfietsen in Holtingerveld kan fluiten naar schadevergoeding
In dit artikel:
Een inwoner van Westerveld krijgt geen vergoeding van de gemeente voor kosten die hij maakte na een conflict over railfietsen in het Holtingerveld. De man verzette zich tegen het verplaatsen van het draaipunt van een smalspoorspoor naar zijn buurt (in 2022), een handeling waarvoor volgens hem geen vergunning bestond. Hij meldde de situatie bij de gemeente, maar Westerveld weigerde te handhaven. Vervolgens liep een confrontatie met railfietsers uit de hand en legde de civiele rechter hem een gebiedsverbod op.
De man eiste daarna van de gemeente dat zij zijn juridische kosten zou vergoeden, stellende dat die hadden kunnen worden voorkomen als de gemeente tijdig tegen de illegale verplaatsing had opgetreden. De Raad van State wees die claim af: de hoogste bestuursrechter stelt dat de man zijn eigen problemen heeft veroorzaakt en dat er geen direct verband is aangetoond tussen de graafwerkzaamheden voor het nieuwe draaipunt (waarin het fundament tot een meter diep werd gezet) en de slechte staat van de nabijgelegen zandweg. Ook wees de gemeente het handhavingsverzoek uiteindelijk niet-ontvankelijk omdat het railfietsen al vier jaar was gestaakt en het smalspoor inmiddels verwijderd is.
Kortom: de gemeente hoeft de kosten niet te betalen; de gebiedsverbod en de bijbehorende juridische lasten komen voor rekening van de omwonende. Een bredere les uit de zaak is dat handhavingsverzoeken vaak stranden als de betwiste activiteit is beƫindigd en er geen aantoonbaar causaal verband met schade bestaat.