Techsector vreest strop door ophef over belastingwet box 3: 'Dit jaagt investeerders weg'
In dit artikel:
De ommezwaai van het kabinet rond de herziening van box 3 heeft de onrust in de Nederlandse technologiesector tot een hoogtepunt gebracht. Vorige maand sleepte het demissionaire kabinet de nieuwe regelgeving door de Tweede Kamer; vanaf 2028 moeten particuliere investeerders jaarlijks 36 procent belasting betalen over de waardestijging van hun aandelen in startups, ook als die winst niet is gerealiseerd en die belangen juridisch niet verkocht kunnen worden.
Dat raakt vooral vroegtijdige, kleinschalige investeerders — de zogeheten angels — en personeelsleden van jonge techbedrijven die worden beloond met aandelen of opties. Serie-investeerder Robert Gaal illustreert het effect aan de hand van zijn vroege investering in het Amsterdamse Framer, een recent Nederlandse ‘eenhoorn’. Bij typische vroege rondes (van circa €100.000 tot €500.000 voor vaak 0,1–1% van het bedrijf) zou een groeisprong naar een miljard dollar kunnen leiden tot een directe belastingclaim van ruwweg €36.000–€360.000, zonder dat de investeerder middelen kan terughalen. Gaal wijst erop dat verkooprestricties en lock-upafspraken in de tech normaal zijn, waardoor uitstappen vaak niet mogelijk is.
De maatregel vormt een financieel risico voor angel-investeringen in de vroegste fase — de broodnodige ‘first push’ van familie, vrienden en angel-netwerken die met bedragen van €5.000–€50.000 startups op gang brengen. Grote investeringsfondsen stappen minder snel in die fase; het merendeel van de Nederlandse startups (ongeveer 8.340 bedrijven) heeft minder dan €100.000 aan investeringen achter zich. Bovendien redt naar schatting ruim driekwart van de starters het uiteindelijk niet, wat betekent dat angels jarenlang belasting kunnen betalen over fictieve winsten die vervluchtigen bij falen.
Start-upbelangenorganisaties en ervaren ondernemers luiden alarm. Lucien Burm van de Dutch Startup Association stelt dat het beleid internationale kapitaalstromen afschrikt en dat een recent DSA-onderzoek uitwees dat een derde van de startups overweegt binnen twee jaar naar het buitenland te verhuizen. Patrick Kerssemakers (mede-oprichter van Fonq en Dutch Founder Fund) zegt dat veel succesvolle Nederlandse techbedrijven wellicht nooit waren ontstaan als dit soort jaarlijkse heffingen al hadden gegolden; hij verplaatst privé-investeringen naar zijn bv om onder de regeling uit te komen en kijkt vaker naar investeringen in landen als het Verenigd Koninkrijk en Duitsland, die vroeginvesteringen stimuleren.
De sector vreest ook consequenties voor talentwerving: werknemers met opties zouden een onbetaalbare belastingaanslag kunnen krijgen over ‘papieren’ waardestijgingen die ze niet kunnen verzilveren zolang zij bij een startup verbonden zijn. Dat maakt Nederland minder aantrekkelijk voor kenniswerkers en ondernemers die anders zelf later opnieuw zouden investeren of nieuwe bedrijven oprichten.
Als remedie pleiten invloedrijke investeerders en belangenorganisaties voor het belasten van slechts gerealiseerde winsten — dus heffing bij het moment van verkoop — zoals al gebeurt bij vastgoed. De tot nu voorgestelde uitzonderingen voor start-ups (‘geitenpaadjes’) vinden zij ontoereikend: definities zijn vaag en de maximale termijn van vijf jaar te kort.
Politiek is er enige beweging: het nieuwe kabinet kondigde deze week aan de maatregel te willen herzien. Maar de sector waarschuwt dat eventuele aanpassingen waarschijnlijk te laat zijn om de onzekerheid en reputatieschade ongedaan te maken, en dat het vertrouwen van investeerders en ondernemers in de stabiliteit van het Nederlandse regelgevingsklimaat al geschaad is.