Techno aan het einde ter tijden in het zintuiglijke en apocalyptische 'Sirât'
In dit artikel:
Oliver Laxe’s Sirât koppelt ravecultuur aan soefistische tradities en presenteert dansen als een vorm van hernieuwde verbondenheid in plaats van ontsnapping. De titel verwijst naar de mythische brug in de islam die naar het paradijs leidt, en de film plaatst die symboliek in het hart van een zintuiglijke, bijna rituele zoektocht.
Het verhaal volgt vader Luis en zijn zoontje die een dochter/zus achterna gaan die zich bij een rave-karavaan in de Marokkaanse woestijn heeft aangesloten. Laxe verlegt de plot naar een spiritueel en apocalyptisch landschap: techno beats en natuurlijke geluiden (gemixed door de Franse experimentale producer Kangding Ray, alias David Lettelier) resoneren met de rotsen, zandstormen en de wind, en maken van de bioscoopervaring iets fysieks en intuïtiefs. Terwijl de groep dieper de woestijn in trekt verandert Luis’ speurtocht in een innerlijke queeste — en tegelijk een vlucht voor reële gevaren: de deels bezette Westelijke Sahara blijft bezaaid met landmijnen en obstructies van illegale fosfaatwinning.
Sirât werd bij de wereldpremière in Cannes beloond met de Juryprijs en is inmiddels genomineerd voor Oscars in de categorieën beste internationale film en beste geluid. Na Laxes eerdere Fire Will Come is dit zijn meest ontwennende en ontregelende werk: een film die aan de dood raakt, het einde der tijden-fantasma van de technoscene opzoekt, en toch een doorgang probeert te openen door de scheuren in de werkelijkheid.