Techbro's die 'briljant' of 'excentrieke genieën' worden genoemd? Pfft
In dit artikel:
Marian Donner (15 april 2026, nr. 16) gebruikt persoonlijke anekdotes en culturele referenties om kritisch te reflecteren op de hedendaagse techwereld en de manier waarop we haar leiders verheerlijken. Uitgangspunt is een nostalgische herinnering aan de tekenfilm Voltron — een toekomstvisie met duurzame, overvloedige energie en een samenleving die technologie en natuur combineert — en de tegenstelling tussen zulke utopieën en de realiteit van commercieel gedreven innovatie.
Donner bespreekt een omvangrijk artikel in The New Yorker over Sam Altman en OpenAI, waarin Altman zowel wordt geprezen als kritisch belicht; volgens Donner komt Altman in dat stuk naar voren als iemand die eerder verkoopt dan uitvindt. In bredere zin noemt ze figuren als Altman, Elon Musk, Steve Jobs en zelfs Donald Trump voorbeelden van een type leider dat vooral bestaande ideeën uitbuit, groot van mond en ego, en vervolgens als geniaal wordt bestempeld. Ze betoogt dat onze maatschappij deze mannen beloont, terwijl echte creativiteit en intellect vaak onzichtbaar en gekweld blijven.
Concreet waarschuwt Donner voor de maatschappelijke gevolgen van AI: ze noemt het voorbeeld van een jonge zangeres die traditionele liedjes op YouTube plaatste en vervolgens door een bedrijf (Vydia) werd nagebootst met AI, waardoor dat bedrijf auteursrechtclaims kon leggen en inkomsten optimaliseerde ten koste van de oorspronkelijke maker. Dit incident illustreert volgens haar hoe makers kunnen worden weggeconcurreerd door imitaties van zichzelf en hoe juridische routes voor individuele artiesten vaak onbetaalbaar zijn.
Donner profileert zichzelf als luddistisch ingesteld — niet tegen technologie om de technologie zelf, maar tegen systemen die nieuwe instrumenten gebruiken om hetzelfde oude patroon van uitbuiting te laten voortbestaan. Haar kernboodschap: de problemen liggen niet in de technologie op zich, maar in wie er voordeel bij heeft en welke gedragingen we vieren. Ze roept daarmee op om kritischer te kijken naar welke bijdragen we belonen en om ruimte te blijven houden voor andere, minder commerciële visies op innovatie en energie — de Voltron-achtige verbeeldingen van wat technologisch mogelijk en wenselijk kan zijn.