Te veel fast fashion: in Pakistan verwerken uitgebuite fabrieksarbeiders onze afgedankte kleding
In dit artikel:
De Europese vraag naar goedkope fast fashion veroorzaakt een groeiende stroom afgedankte kleding naar Pakistan. In 2025 exporteerde de Europese Unie volgens VN-cijfers bijna 217.000 ton tweedehands textiel naar het land. Een aanzienlijk deel belandt in de Karachi Export Processing Zone (KEPZ), waar kleding met de hand wordt gesorteerd, verpakt en opnieuw geëxporteerd. Onderzoek van Follow the Money en El País wees uit dat vier van twaalf in Europa gevolgde kledingstukken in deze exportzone terechtkwamen.
De arbeiders in de KEPZ werken onder zware omstandigheden. De 16-jarige Ayesha verwerkt samen met ongeveer dertig collega’s dagelijks 17 ton kleding. Ze werkt van zeven uur ’s ochtends tot zeven uur ’s avonds, verdient inclusief overuren ongeveer 70 tot 75 euro per maand en zit daarmee circa 35 procent onder het wettelijke minimumloon. Volgens haar worden werknemers uitgescholden en mogen ze de fabriek niet verlaten voordat het quotum is gehaald. Toen Ayesha na een incident eerder naar huis wilde, hield een bewaker haar tegen totdat ze haar werkschoenen had ingeleverd.
Ook andere jonge werknemers zijn afhankelijk van het werk om hun familie te onderhouden. De 19-jarige Madiha verhuisde na overstromingen naar Karachi en verdient ongeveer 80 euro per maand. De 18-jarige Zameer ontvluchtte terugkerende droogte en stuurt de helft van zijn loon van ongeveer 100 euro naar zijn familie op het platteland. Veel werknemers wonen in overvolle, vervallen arbeiderskolonies met gebrekkige riolering en onbetrouwbare voorzieningen. Arbeidsdeskundigen noemen klimaatverandering een belangrijke reden waarom bewoners uit getroffen gebieden naar Karachi trekken.
De KEPZ biedt bedrijven belastingvoordelen en goede infrastructuur, maar de arbeidsbescherming blijft achter. Hoewel werknemers sinds 2021 recht hebben op onder meer verlof, sociale zekerheid, pensioenbijdragen en dubbele overwerkvergoeding, houden veel werkgevers zich daar volgens werknemers en vakbondsdeskundigen niet aan. Een gebrek aan vakbonden en de angst voor ontslag maken het moeilijk om klachten in te dienen.
De export neemt toe omdat Europa de eigen textielberg niet kan verwerken. Europese sorteerders kampen met lage prijzen, hoge energie- en inflatiekosten en onvoldoende machines, vooral voor goedkope polyesterkleding. Daardoor zoeken zij afzet en verwerkingsmogelijkheden in landen als Pakistan. Tegelijk verbiedt de EU sinds juli 2026 grote bedrijven om onverkochte kleding te vernietigen, terwijl de overproductie nauwelijks wordt beperkt. De Europese regels stimuleren hergebruik en verwerking binnen de EU, maar in de praktijk wordt veel textiel geëxporteerd.
Sinds 2025 geldt voor kleding een systeem van uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, waarbij merken en retailers moeten betalen voor inzameling, sortering en recycling. Die verantwoordelijkheid stopt echter zodra textiel de Europese grens overgaat. Volgens deskundigen zouden landen die Europees afval verwerken financieel moeten worden ondersteund. Zo blijft de milieubelasting en het werk van de circulaire economie buiten beeld. Kleding die door arbeiders in Karachi is gesorteerd, kan later opnieuw in Europese vintagewinkels of als ‘duurzame mode’ worden verkocht, zonder dat consumenten weten onder welke omstandigheden dat gebeurde.
Vandaag Inside: René van der Gijp geniet van héérlijke oude beelden na nieuws over tv-terugkeer 'Ik Geloof in Mij'