Tata sluiten kost 12 miljard, zei de minister. Maar dat blijkt een bierviltjesberekening
In dit artikel:
In het voorjaar van 2024 kwam via een foto van een nu.nl-journalist naar buiten dat het terrein van Tata Steel in IJmuiden mogelijk extreem duur te saneren zou zijn: op een PowerPointslide van informateur Hans Wijers en consultant Frans Blom stond een ruwe inschatting van “max ~12 miljard” euro. Die slide maakte onderdeel uit van een rapport voor het ministerie van Klimaat en Groene Groei over opties voor de verduurzaming van de staalfabriek, waarin ook een veel goedkopere optie — subsidie voor doorgang van de fabriek — stond ingetekend (ongeveer 0,5–2 miljard).
Intern waarschuwden ambtenaren dat publicatie van het bedrag de onderhandelingspositie van de staat tegenover Tata zou schaden. Toen de minister uiteindelijk dit najaar een intentieverklaring tekende waarin ruim 2 miljard aan subsidie werd toegezegd, bleek nadien dat het ministerie feitelijk niet over de volledige onderliggende berekeningen beschikte. De consultants van Boston Consulting Group die aan Wijers en Blom meewerkten gaven wél enkele aannames: ongeveer de helft van het terrein zou tot circa 2 meter worden afgegraven, de rest tot 3–5 meter, tegen een kostenpost van 500 euro per kubieke meter — wat uitkomt op ongeveer 9,5–13,5 miljard euro. De excelfiles waarop die rekensom stoelde zouden “gedeeltelijk verwijderd” zijn, aldus de adviseurs.
Bodemdeskundigen en andere ambtenaren betwijfelen die aannames. Hans Slenders (Arcadis) noemt 500 euro per m3 zeer hoog en rekent eerder op ruim 250 euro; ook acht hij onwaarschijnlijk dat zo’n uitgestrekt terrein overal tot vijf meter afgraaft wordt. Een alternatieve berekening in het economenblad ESB schat de saneringskosten van Tata op 1,5–2,5 miljard, gebaseerd op vergelijkbare grote terreinen en per-hectare-niveaus in binnen- en buitenland. Binnen het kabinet stelden vooral Financiën en Infrastructuur kritische vervolgvragen, maar moties in de Kamer om het onderzoek uit te breiden of de onderliggende analyses te delen werden afgewezen of niet gehonoreerd. Minister Sophie Hermans weigerde de data vrij te geven; uiteindelijk onthulde een Woo-verzoek dat de staat simpelweg niet beschikte over een volledige onderbouwing.
De kernconclusie: de overheid onderhandelde over een miljardensteunpakket terwijl de belangrijkste rekensommen onvolledig, deels verwijderd en door deskundigen betwist worden. Dat laat niet alleen zien hoe onzeker de financiële gevolgen van grootschalige bodemvervuiling kunnen zijn, maar ook hoe politiek-strategische overwegingen (onderhandelingspositie, ambitie voor een “groene staalfabriek”) effect hadden op transparantie rondom mogelijke saneringskosten. Voor wie dit volgt: saneringskosten zijn sterk afhankelijk van diepte, soort verontreiniging en gekozen techniek, waardoor raamwerkberekeningen grote verschillen kunnen tonen — en politieke keuzes mede bepalen wie die kosten uiteindelijk draagt.