Taissia (19) en Iryna (46) vluchtten voor de oorlog in Oekraïne. 'De wil om gelukkig te zijn kan niemand ons afnemen'
In dit artikel:
Na de Russische inval in Oekraïne in 2022 kwamen al snel vluchtelingen ook naar het noorden van Nederland. Landelijk verblijven circa 135.000 gevluchte Oekraïners in Nederland; in Groningen zijn dat ongeveer 3.350 mensen (waarvan circa 1.100 in de gemeente Groningen), Drenthe vangt zo'n 5.000 op (ongeveer 1.000 in Emmen en bijna 800 in Assen) en in Friesland wonen ongeveer 4.600 Oekraïners (waarvan ongeveer 900 in Leeuwarden). Twee persoonlijke verhalen illustreren hoe vier jaar oorlog levens in kleine dorpen en opvanglocaties beïnvloeden.
Taisiia Proshak (19) uit Slochteren vluchtte op 1 april 2022 vanuit Zaporizja naar Slochteren met haar moeder, broer, tante, twee kinderen van die tante en twee grootmoeders; haar vader, pastoor van beroep, bleef in Oekraïne. Het gezin woont sindsdien in het voormalige gemeentehuis van Slochteren, dat als opvanglocatie voor ongeveer 115 Oekraïners functioneert. Taisiia rondde via onlineonderwijs de middelbare school af en volgt nu online een studie Engelse taal- en letterkunde aan een Oekraïense universiteit; ze heeft nog twee jaar te gaan en spreekt inmiddels vloeiend Engels. Naast haar studie gaf ze les aan Oekraïense kinderen op een internationale schakelklas in Appingedam en bouwde ze sociale contacten op in de regio, onder meer via de Nederlandse Gereformeerde Kerk in Schildwolde. Haar moeder werkt in de Eemshaven bij een opdrachtgever voor Google. Taisiia worstelt met toekomstplannen: ze wil graag terug naar Oekraïne, maar erkent dat vier jaar verblijf in Nederland ook een nieuw leven heeft opgeleverd. Over het leven in het opvanggebouw zegt ze dat het gewoon doorgaat — mensen worden er geboren, sterven, krijgen relaties — en dat de drang naar geluk niet weg te nemen is.
Iryna Linnichenko (46) woont bijna vier jaar bij haar Nederlandse gastheer Hans Poiesz (67) in Oranjedorp, samen met haar zoon Vadym (21) en haar 77-jarige moeder. Iryna is in Oekraïne opgeleid als advocaat en werkte in Kiev bij een bank; in Nederland kreeg ze aanvankelijk schoonmaakwerk op een vakantiepark en later een deeltijdcontract als manager bij een ander park. Door beperkte uren blijft inkomen krap en ondersteunt ze nog familie in Oekraïne financieel, onder meer het leger en dierenopvang. Haar man woont en werkt nog in Kiev; hij koos ervoor te blijven en heeft zijn leven daar niet opgegeven. Tijdens recente bezoeken aan Kiev trof Iryna zware omstandigheden: frequente drone- en raketaanvallen, kapotte energiecentrales en gebrek aan verwarming en heet water. Huishoudelijke elektriciteit wordt via apps gemonitord om bijvoorbeeld wasmachines of elektrische kachels aan te zetten wanneer stroom beschikbaar is. Haar zoon Vadym werkt bij deurenfabrikant ConDoor om te sparen voor een hbo-opleiding international business in Emmen; hij volgt Engelse les en rijlessen en wil in Nederland blijven.
Beide verhalen laten de dubbele werkelijkheid zien: het verlangen van veel vluchtelingen om terug te keren naar hun land en tegelijkertijd het opbouwen van een nieuw bestaan in Nederland. Onzekerheid over verblijfsrecht, beperkte arbeidskansen voor hoogopgeleiden en de praktische gevolgen van een land in oorlog — zoals beschadigde infrastructuur en de noodzaak om steeds beschikbaarheid van stroom te plannen — maken toekomstkeuzes lastig, vooral voor ouders en ouderen die moeilijker wennen aan een nieuwe samenleving.