Syrische jongeren uit verschillende gemeenschappen komen bijeen om de verdeeldheid te doorbreken

woensdag, 5 augustus 2026 (12:00) - De Groene Amsterdammer

In dit artikel:

In de Syrische kuststad Jableh proberen jongeren uit soennitische en alawitische gemeenschappen opnieuw contact met elkaar te leggen. Tijdens vier dagen gemeenschapsdialogen, georganiseerd door de Syrische organisatie Mobaderoon, leren ongeveer dertig deelnemers van 16 tot 28 jaar naar elkaar luisteren, samen problemen te analyseren en lokale initiatieven op te zetten. De bijeenkomst is de eerste in Jableh sinds de val van het regime van Bashar al-Assad.

De jongeren zien grote problemen in hun omgeving: jeugdwerkloosheid, gebrek aan publieke ruimtes, vervuiling en de gevolgen van de bloedbaden die in maart 2025 plaatsvonden. Hoewel veel deelnemers blij zijn dat Assad is verdreven, voelen vooral alawitische jongeren zich nog onveilig. Ze vertellen over intimidatie bij controleposten, ontvoeringen en de noodzaak hun accent te verbergen om niet als alawiet uit de kustregio te worden herkend. Sommigen vermijden ’s avonds de straat uit angst voor geweld.

Mobaderoon wordt geleid door vredes- en vrouwenrechtenactivist Abir Hajj Ibrahim. Zij richtte de organisatie in 2009 op, nadat ze haar loopbaan bij oliebedrijf Total had verlaten. Door de politieke gevoeligheid van het werk moest ze Syrië ontvluchten, maar vanuit ballingschap bleef ze activisten trainen in conflictbeheersing en vredesopbouw. Na de val van Assad keerde ze terug en reist ze door het land om lokale vredescomités en maatschappelijke initiatieven te ondersteunen.

Volgens Hajj Ibrahim is met het verdwijnen van Assad niet het belangrijkste werk voorbij, maar juist begonnen. Decennia van dictatuur hebben wantrouwen tussen bevolkingsgroepen versterkt en de burgermaatschappij onderdrukt. De geweldsuitbarstingen in het kustgebied en in Sweida, waarbij volgens het artikel zowel voormalige regimegroepen als extremistische strijders van het nieuwe leger verantwoordelijk waren voor burgerdoden, maken verzoening extra moeilijk. Sommige soennieten zien de machtswisseling als een moment om eerdere achterstelling te wreken, terwijl veel alawieten vrezen dat gerechtigheid neerkomt op collectieve vergelding.

Mobaderoon gebruikt gemeenschapsdialogen, trainingen en lokale vredescomités om vertrouwen en sociale banden te herstellen. Verzoening betekent daarbij niet dat trauma’s verdwijnen of dat daders automatisch worden vergeven. De organisatie benadrukt dat ook politieke deelname, werkgelegenheid, veiligheid, institutionele hervormingen en compensatie nodig zijn. Ervaringen uit onder meer Zuid-Afrika, Noord-Ierland, Colombia en Sri Lanka laten zien dat verzoening langdurig is en niet voorkomt dat gemeenschappen gescheiden blijven of wrok behouden.

In de gesprekken in Jableh proberen jongeren zich los te maken van de vooroordelen van hun ouders. Ze leren hoe ze zich kunnen organiseren, gezamenlijk boodschappen kunnen formuleren en van mening kunnen verschillen zonder elkaar als vijand te zien. Na de training werken ze onder begeleiding van een mentor aan concrete plannen voor hun stad. Ze willen onder meer straatverlichting verbeteren, de entree van Jableh opknappen en een jeugdcentrum oprichten. Lokale bestuurders en politici hebben inmiddels tijd uitgetrokken om naar hun voorstellen te luisteren en steun toegezegd.

Ook in het nabijgelegen Latakia brengt Mobaderoon activisten en gemeenschapsleiders uit verschillende achtergronden bijeen. Een lokaal vredescomité van onder anderen docenten en ingenieurs werkt daar al maanden aan onderling vertrouwen. Tijdens bijeenkomsten wordt gesproken over de oorlog, eerdere onderdrukking en de vraag hoe Syrië met zijn verleden moet omgaan. Een gezamenlijke maaltijd met alawitisch, soennitisch, Palestijns en Turkmeens eten moet de gesprekken in een informele sfeer laten plaatsvinden.

De discussie over overgangsjustitie blijkt bijzonder gevoelig. Deelnemers vinden dat misdaden van zowel het Assad-regime als oppositiegroepen en Islamitische Staat moeten worden onderzocht. Tegelijkertijd vrezen soennieten dat verzoening zal worden gebruikt om vervolging van oorlogsmisdadigers te vermijden, terwijl alawieten weinig vertrouwen hebben in de nieuwe autoriteiten en bang zijn voor wraak. Anderen benadrukken dat berechting alleen onvoldoende is: slachtoffers hebben ook erkenning, compensatie en herstel van huizen, bezit en sociale relaties nodig. De begeleiders proberen persoonlijke beschuldigingen te voorkomen, zodat het gesprek niet opnieuw escaleert.

Mohammed al-Ali, een van de vredesbegeleiders, vindt dat Syriërs niet alles van rechtbanken of de regering mogen verwachten. Burgers en activisten moeten volgens hem zelf relaties herstellen, machthebbers kritisch volgen en pleiten voor nieuwe wetgeving. Daarvoor is volgens hem een nieuw sociaal contract nodig, waarin gelijke rechten voor alle groepen centraal staan.

De weg daarheen blijft onzeker. De gewapende strijd is afgenomen en de veiligheid is gemiddeld verbeterd, maar volgens Hajj Ibrahim bestaan er nog veel onopgeloste grieven. Ze verwijt de nieuwe regering dat die vooral inzet op veiligheid en territoriale eenheid en veel minder op overgangsjustitie. Ook worden maatschappelijke organisaties niet overal gelijk behandeld. Toch ziet ze de nieuwe machthebbers, ondanks fouten en nepotisme, als een kans om vooruitgang te boeken.

De deelnemers proberen die ruimte te benutten. Kinderarts in opleiding Maia Aissa vertelt dat ze vroeger door haar omgeving werd gewaarschuwd voor Hama en Idlib, maar daar juist respectvol werd ontvangen toen ze er medische hulp verleende. Veel Syriërs hebben nooit andere delen van het land bezocht en kennen die vooral via door het oude regime verspreide stereotyperingen. Jongeren en maatschappelijke organisaties zien het daarom als hun verantwoordelijkheid om die beelden te doorbreken en een inclusiever Syrië op te bouwen.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Johan Derksen stoort zich aan politicus: ‘Praatjesmaker en een luchtfietser!’