Syriëganger van wie zoon omkwam bij Raqqa, zwijgt over uitreis

vrijdag, 27 maart 2026 (13:30) - De Telegraaf

In dit artikel:

Ayada K. (49) zweeg vrijdag bij het begin van de inhoudelijke behandeling van haar zaak in de rechtbank in Rotterdam: „Ik ga nergens op antwoorden.” Zij wordt ervan verdacht medeplichtig te zijn aan het inzetten van haar toen minderjarige zoon in de gewapende strijd van Islamitische Staat (IS) in Syrië, een gedraging die door justitie als oorlogsmisdrijf wordt gezien. Het jongens zou in juni 2017 op 15‑jarige leeftijd zijn omgekomen bij gevechten nabij Raqqa.

Volgens het Openbaar Ministerie reisde K. in 2014 vanuit Naaldwijk via Turkije naar IS‑gebied, samen met haar toen 13‑jarige dochter en 14‑jarige zoon. In Syrië vestigde ze zich daar, trouwde met een IS‑strijder en zou onder meer mishandeld zijn geraakt. Haar dochter huwde in 2015 met de Leidse jihadist Reda N., die in 2021 tot 4,5 jaar cel is veroordeeld; tegen de dochter werd een zaak geseponeerd wegens gebrek aan bewijs.

Justitie stelt dat de zoon op 14‑jarige leeftijd een IS‑trainingskamp doorliep en dienstdeed bij de militaire politie in Raqqa, die discipline handhaafde binnen het „kalifaat”. De verdediging betwist de toedracht van zijn dood en zegt dat hij is omgekomen tijdens het halen van water of voedsel.

Na een scheiding belandde K. in de kampen Al‑Hol en later Al‑Roj; met hulp van de VS keerde ze in 2024 terug naar Nederland, waar zij direct werd aangehouden. Naast medeplichtigheid aan een oorlogsmisdrijf beschuldigt justitie haar van het in hulpeloze toestand brengen van haar zoon met zijn dood tot gevolg, deelname aan een terroristische organisatie, voorbereiding van terroristische misdrijven en het onttrekken van kinderen aan het gezag van haar ex‑partner. Deskundigen vonden geen psychiatrische stoornis maar constateerden grote trauma’s en adviseren begeleiding.