SVB vordert €3.119,82 AOW-toeslag terug omdat het inkomen van de partner niet was doorgegeven, en krijgt gelijk
In dit artikel:
Een AOW-gerechtigde moet €3.119,82 aan te veel ontvangen AOW-toeslag terugbetalen aan de Sociale Verzekeringsbank (SVB). De rechtbank Midden-Nederland oordeelde op 10 september dat de SVB terecht had teruggevorderd, omdat de man een verandering in het inkomen van zijn partner niet had gemeld.
De man ontving sinds februari 2014 AOW met een toeslag voor zijn jongere partner, die zelf nog geen AOW kreeg. De hoogte van die toeslag hing af van haar inkomen. Zij stopte met werken en ontving vervolgens een uitkering uit een regeling voor vervroegd stoppen met werken. Volgens de rechtbank moet die uitkering volledig worden meegerekend bij de berekening van de toeslag.
Toen de partner in 2025 de AOW-leeftijd bereikte, stopte de toeslag. Bij controle van haar inkomensgegevens over 2023 en 2024 ontdekte de SVB dat de wijziging niet was doorgegeven. In december 2024 stelde de instantie de toeslag over de periode mei 2022 tot en met november 2024 opnieuw vast en eiste aanvankelijk €6.557,54 terug.
Na bezwaar verlaagde de SVB het bedrag naar €3.119,82. De instantie erkende dat zij de inkomenswijziging te laat had verwerkt, waardoor het bedrag onnodig was opgelopen. Daarom werd over 2024 niets meer teruggevorderd en bleef alleen de periode mei 2022 tot en met december 2023 over.
De rechter vond die beperking redelijk. AOW-ontvangers moeten wijzigingen die invloed kunnen hebben op hun uitkering zelf melden. Omdat de man dat niet had gedaan en geen bijzondere reden gaf om van terugvordering af te zien, verklaarde de rechtbank zijn beroep ongegrond. Wie nog AOW-toeslag ontvangt, doet er daarom verstandig aan veranderingen in het partnerinkomen direct aan de SVB door te geven.
Vandaag Inside: Johan Derksen tegen Merel Ek: 'Ik heb een probleem wat mij helemaal niet aanstaat...'