SVB kort AOW van opa omdat kleinzoon €350 kostgeld betaalt en bijna dagelijks met hem eet: rechter ziet een gezamenlijke huishouding
In dit artikel:
De Rechtbank Gelderland heeft op 19 oktober 2024 de Sociale Verzekeringsbank (SVB) in het gelijk gesteld in een zaak over de AOW van een man wiens Canadese kleinzoon tijdelijk bij hem woonde. De uitspraak werd op 23 oktober gepubliceerd.
De man ontving sinds de opname van zijn partner in een zorginstelling het hogere AOW-bedrag voor een alleenstaande. Zijn kleinzoon trok op 15 augustus 2024 bij hem in, in afwachting van een studentenkamer, en betaalde maandelijks €350 mee aan de kosten. Ze deden samen boodschappen en aten vrijwel dagelijks samen. Ook hielp de kleinzoon met huishoudelijke taken.
Volgens de AOW is sprake van samenwonen wanneer twee volwassenen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en voor elkaar zorgen. De uitzondering voor bloedverwanten geldt alleen voor familie in de eerste graad, zoals ouders en kinderen. Een kleinkind is familie in de tweede graad en valt daar niet onder. Omdat de SVB voldoende onderlinge zorg aannemelijk vond, werd de AOW vanaf september 2024 verlaagd naar het bedrag voor samenwonenden. De man moest over die maand €502,28 bruto terugbetalen.
De rechter vond het niet relevant dat de man zijn kleinzoon als kostganger omschreef of dat de situatie volgens hem slechts een wenperiode was. Een zakelijke kostgangersrelatie was niet aangetoond en de AOW kent geen aparte regeling voor zo’n overgangsperiode. Ook de latere veranderingen — de kleinzoon ging studeren en werken en at minder vaak thuis — maakten geen verschil, omdat hij op hetzelfde adres bleef wonen en €350 bleef betalen. De man kreeg bovendien geen vergoeding van zijn proceskosten of schade.
Vandaag Inside: Martijn Krabbendam vertelt In de Wandelgangen over zijn eerste ontmoeting met Johan Derksen