SVB kort AOW van man die altijd in Nederland woonde met 12%: hij voer jaren voor een Belgische rederij en de rechter geeft de SVB gelijk
In dit artikel:
Een Nederlandse man die zijn hele leven in Nederland woonde, krijgt 12% minder AOW omdat hij van juli 1973 tot april 1982 op de Rijn werkte voor een Belgische rederij. De Rechtbank Zeeland-West-Brabant stelde de SVB in het gelijk.
Voor rijnvarenden bepaalt een speciaal verdrag dat de sociale zekerheidsregels gelden van het land waar de onderneming van het schip is gevestigd. Omdat de rederij in België zat, was de man volgens de rechtbank van juli 1975 tot april 1982 niet verzekerd voor de Nederlandse AOW. De jaren vóór juli 1975 telden niet mee, omdat zijn AOW-opbouw pas vijftig jaar voor zijn AOW-leeftijd begon. Voor die periode ontvangt hij wel een Belgisch pensioen.
Elk verzekerd jaar levert 2% AOW-opbouw op. De uitspraak leidt daardoor tot een korting van 12%, volgens de genoemde bedragen ongeveer €199 bruto per maand voor een alleenstaande met volledige AOW. De rechtbank benadrukte dat het Belgische pensioen niet op de AOW wordt gekort; het gaat uitsluitend om ontbrekende Nederlandse opbouw. Ook informatie die de man online en via Google AI had gevonden, veranderde de beoordeling niet.
De uitspraak kan nog binnen zes weken worden aangevochten bij de Centrale Raad van Beroep. De zaak onderstreept dat wonen in Nederland niet altijd voldoende is voor AOW-verzekering. Ook chauffeurs, schippers en andere werknemers in internationaal transport kunnen buiten de Nederlandse verzekering vallen wanneer zij voor een buitenlandse werkgever werken. Wie twijfelt over vroegere verzekeringsjaren, kan dit bij de SVB navragen of binnen zes weken bezwaar maken tegen een AOW-besluit. Vrijwillige verzekering bij werk in het buitenland is soms mogelijk, maar moet doorgaans binnen een jaar worden aangevraagd.
Vandaag Inside: Martijn Krabbendam vertelt In de Wandelgangen over zijn eerste ontmoeting met Johan Derksen