Sushirestaurant moet betalen om onterecht ontslag na wc-gebruik
In dit artikel:
Een 29-jarige voormalige serveerster uit Zuid-Korea heeft een rechtszaak tegen sushirestaurant Koi in Utrecht gewonnen. Zij was sinds de zomer van 2025 in de bediening en werkte volgens het vonnis vaak structureel meer uren dan in haar contract stond, voor een brutosalaris van bijna €3.600 per maand. In het najaar verslechterde de relatie met de leiding; de werkgever klaagde dat zij te vaak naar het toilet ging en organiseerde zonder haar medeweten observatie en registratie van haar wc-bezoeken. Op 13 november werd zij door de manager – na een toiletbezoek – de deur gewezen en werd dezelfde dag haar toegang tot het digitale kloksysteem geblokkeerd. Een schriftelijke ontslagbevestiging ontbrak.
De serveerster verklaarde dat er een medische reden was voor haar frequente toiletbezoek (menstruatie). Onder druk stuurde zij diezelfde avond een bericht in de personeelsapp over het stoppen wegens polsklachten; de directie gebruikte dat later als bewijs van eigen opzegging. De rechtbank oordeelt dat Koi niet voldeed aan de plicht om bij een vermeende vrijwillige opzegging zorgvuldig te informeren en te controleren of het besluit weloverwogen was. Ook het ontslag op staande voet faalt: herhaald toiletgebruik vormt volgens de rechter geen dringende reden, temeer daar zij haar bezoeken meldde en na afronding van directe werkzaamheden plande.
De rechtbank veroordeelde Koi tot betaling van ruim €11.600 aan schadevergoedingen en achterstallige vakantiedagen. Doordat haar verblijfsvergunning aan het arbeidscontract gekoppeld was, moest zij Nederland een maand eerder verlaten en speciaal uit Zuid‑Korea terugvliegen voor de zitting. Het restaurant is inmiddels overgenomen en krijgt een nieuwe naam; de vorige eigenaar was niet aanwezig bij de rechtszaak.