Surprise Van de Bunt kijkt nuchter naar Spelen: 'Ben geen doorsneeschaatser'

zaterdag, 24 januari 2026 (13:58) - NU.nl

In dit artikel:

De 21-jarige Stijn van de Bunt maakte zaterdag in Inzell zijn wereldbekerdebuut, waarmee een hectische periode voor de Lopikker een volgende mijlpaal werd. Na zijn verrassende zeges op de 5 en 10 kilometer tijdens het olympisch kwalificatietoernooi (OKT) in Heerenveen eind december schoof Van de Bunt in vijf dagen van relatieve onbekendheid door naar een plek in de Nederlandse ploeg voor de Spelen van Milaan: hij is geselecteerd voor de 5 km, 10 km, ploegenachtervolging én de massastart.

Op het middenterrein van de Max Aicher Arena ontving hij van teammanager Yvonne van Gennip het bronzen beeldje 'het Schaatsje', een traditioneel aandenken voor schaatsers die hun internationale seniorendebuut maken. Een lichtvoetig moment ontstond toen Van de Bunt toegaf niet precies te weten welke successen Van Gennip in het verleden behaalde; Van Gennip werd in 1988 drie keer olympisch kampioene.

Van de Bunt, lid van Team IKO-X2O, omschrijft de weken na het OKT als overweldigend: “Er kwam veel over me heen na het OKT.” Hij kreeg plots veel aandacht uit media en op sociale media, en voelde na de euforie ook de uitputting — eind december werd hij zelfs kort ziek nadat de adrenaline gezakt was. Zijn coach Martin ten Hove zegt dat de rijder goed met die extra druk is omgegaan. Het trainingsschema werd in de eerste week aangepast, maar volgens Ten Hove is Van de Bunt snel weer in zichzelf gekeerd: “Wij zijn niet bang voor een terugval bij Stijn.”

Sportief liet Van de Bunt in Inzell een degelijke vijf kilometer zien. In zijn eerste wereldbekerwedstrijd werd hij derde in de B-groep met 6.11,96, ongeveer 2,5 seconden langzamer dan zijn beste tijd bij het OKT. Hij noemde de race zwaar en wat gehaast, maar erkent dat het resultaat bij zijn derde beste tijd ooit past binnen het recente zware trainings- en wedstrijlaanbod.

Het snelle succes leverde hem al de bijnaam 'Stijn van de Stunt' op, iets waar hij zelf gemengde gevoelens bij heeft; hij wijst erop dat zijn vorm in trainingen al merkbaar was. Met de Olympische startbewijzen voor de deur blijft de vraag of hij die vorm houdt; coach en schaatser lijken vertrouwen te hebben in zijn leervermogen en kalme instelling.