Succesvolle Drentse wulpenaanpak helpt Duitsers en Friezen. 'We hebben hier de wind in de zeilen'
In dit artikel:
In Drenthe groeit de populatie wulpen terwijl het aantal van deze weidevogel in heel Nederland jaarlijks met circa vijf procent afneemt. Het succes wordt toegeschreven aan de zogenoemde ‘Drentse aanpak’, een combinatie van intensieve vrijwilligersinzet en praktische maatregelen die inmiddels binnen- en buitenland aandacht trekt.
Tegelijkertijd met een maaibeurt op een melkveebedrijf bij Dwingeloo zien vrijwilliger-coördinator Albert Boers (Landschapsbeheer Drenthe) en onderzoeker Henk Jan Ottens (Grauwe Kiekendief – Kenniscentrum Akkervogels) hoe een wulp ongestoord voedsel zoekt. In Drenthe broeden naar schatting tussen de 400 (volgens Ottens) en 500–800 (SOVON) exemplaren; voor Nederlandse begrippen is dat relatief veel. De soort is opgenomen op de Rode Lijst en heeft zich van heide en beekdalen verplaatst naar intensief beheerde graslanden, waar twee maaibeurten per seizoen, kunstmest en mestinjecties grote risico’s vormen voor eieren en kuikens.
De Drentse aanpak bestaat uit twee hoofdonderdelen. Ten eerste het beschermen van het grondnest met een omheining die bestand is tegen predatoren; zo’n raster verhoogt het uitkomstpercentage van eieren fors (ongeveer van 20 procent zonder naar circa 80 procent met bescherming). Nesten vinden is arbeidsintensief en vergt afstandsobservatie en ervaring; vrijwilligers zijn daar de afgelopen jaren bedrevener in geworden. Het aantal beschermde legsels steeg van 14 in 2018 via 50 en 60 naar ongeveer 80 in 2025.
Ten tweede richten vrijwilligers zich op het beschermen van de kwetsbare kuikens. Methoden zijn het voorzien van zenders op kuikens of het opsporen met warmtebeeld-drones zodat jonge vogels vóór het maaien veilig kunnen worden gevangen en uitgezet in niet-gemaaide stukjes gras. Daarnaast worden greppels en slootkanten als cruciale schuil- en foerageerplekken hersteld of aangelegd; daar zitten vaak veel langpootmuggen en biedt het dekking tegen predatie. Een knelpunt blijft dat veel greppels en sloten worden gedempt, waardoor die schuilplaatsen verdwijnen; daarom voeren Ottens en Boers gesprekken met boeren en vragen ze om specifieke maatregelen zoals het laten staan van hoger gras langs greppels.
De werkwijze trekt bezoekers uit andere Nederlandse provincies en ook uit Duitsland, waar natuurbeschermers de ‘Drenther Methode’ noemen. Vrijwilligers en terreinbeheerders merken nu zelfs dat territoria voller raken doordat het succes toeneemt. De betrokkenen hopen de aanpak verder uit te rollen zodat ook elders het broedsucces van de wulp kan verbeteren en boeren hun gras kunnen blijven oogsten zonder dat kuikens massaal verloren gaan.