Studie toont aan dat yoghurt eten risico op darmkanker kan verlagen, maar: 'Overgewicht tegengaan vele malen belangrijker'

donderdag, 17 april 2025 (06:37) - De Telegraaf

In dit artikel:

Uit een recent onderzoek van Harvard, gepubliceerd op 12 februari in Gut Microbes, blijkt dat het eten van yoghurt—specifiek niet de magere of suikerhoudende varianten—twee keer per week het risico op proximale colonkanker, een agressieve vorm van darmkanker aan de rechterkant van de dikke darm, met ongeveer twintig procent kan verlagen. Deze bevinding is gebaseerd op dertig jaar volgdata van meer dan 150.000 personen. Hoewel yoghurt het risico kan verminderen, benadrukt hoogleraar Nutrition and Disease Ellen Kampman van de Wageningen Universiteit dat het geen garantie biedt tegen het ontstaan van de ziekte.

Kampman legt uit dat het voorkomen van darmkanker vooral afhankelijk is van andere factoren, zoals het behouden van een gezond gewicht, het beperken van overgewicht, en het letten op een gezonde energiebalans. Suiker zelf verhoogt volgens haar het risico niet direct; het draait om de totale hoeveelheid calorieën. Ook voldoende vezelinname (in Nederland gemiddeld 17 gram, terwijl 35 gram aanbevolen is), voldoende vitamine D via zonlicht en regelmatige lichaamsbeweging zijn belangrijk. Risicofactoren zoals overmatig alcoholgebruik en roken dragen juist bij aan een verhoogd risico.

De hoogleraar ziet de nieuwste studie als een stap richting gepersonaliseerde leefstijladviezen, die beter aansluiten bij het type tumor dat iemand mogelijk ontwikkelt, in plaats van generieke aanbevelingen zoals meer yoghurt eten. Dit sluit aan bij het groeiende belang van op maat gemaakte medische en leefstijlinterventies.

In Nederland kregen in 2023 meer dan 12.000 mensen de diagnose darmkanker, vooral boven de vijftig jaar, maar het aantal jonge patiënten stijgt snel (early-onset colorectal carcinoma). Internist-oncoloog Myriam Chalabi van het Antoni van Leeuwenhoek wijst op een mogelijke rol van een westerse leefstijl met weinig beweging, overgewicht, en voedingspatronen met veel suiker, vet en vlees, naast erfelijke factoren. Ze benadrukt het belang van waakzaamheid bij signalen zoals bloed bij de ontlasting, veranderde stoelgang, verminderde eetlust of onverklaarbaar gewichtsverlies.

Wat betreft plantaardige alternatieven voor zuivel, twijfelt Kampman of deze een vergelijkbaar beschermend effect hebben. Sojaproducten met voldoende calcium kunnen een optie zijn, mits men bewust met voeding omgaat. Een calciumpil alleen volstaat niet, onderstreept ze, net als het belang van andere vitaminen zoals B2 en B12. Omdat het effect van moderne voedingsmiddelen zoals vleesvervangers, bewerkt voedsel en additieven op de huidige generaties nog onbekend is, werkt Kampman met haar team aan verder onderzoek om deze impact beter in kaart te brengen.