Studie: meer DNA-resten aangetroffen in mRNA-vaccins dan toegestaan
In dit artikel:
Een recent gepubliceerde studie in Journal of Independent Medicine (verschijningsdatum: vorige week donderdag) door Kevin McKernan, Charles Rixey en Jessica Rose vindt dat bij de productie van de mRNA-coronavaccins van Pfizer/BioNTech en Moderna structureel meer rest-DNA achterblijft dan de geldende normen toestaan. De onderzoekers onderzochten ongeopende vaccinflesjes en concluderen dat huidige kwaliteitscontroles het probleem stelselmatig onderschatten.
Achtergrond: bij de bereiding van mRNA-vaccins wordt plasmide-DNA gebruikt als sjabloon. Na synthese hoort dat DNA met het enzym DNase I afgebroken te worden. De studie laat zien dat tijdens productie veel RNA:DNA-hybriden ontstaan — mRNA dat opnieuw aan het DNA-sjabloon bindt — en dat deze hybriden grotendeels resistent zijn tegen DNase I. Daardoor blijft vooral het DNA dat actief was tijdens productie over, inclusief lange fragmenten van duizenden baseparen en grote delen van het spike-gen.
Methoden en belangrijkste bevindingen: de auteurs gebruikten meerdere analysetechnieken (qPCR, fluorometrie, Nanopore-sequencing). Resultaten verschilden sterk per methode; sommige metingen toonden DNA-concentraties 15 tot 48 keer hoger dan de door de FDA gehanteerde grens van 10 ng per dosis. Een deel van het resterende DNA bleek verpakt in lipide nanodeeltjes, wat detectie bemoeilijkt zonder extra voorbehandeling. Tests met een alternatief enzym, DNase I-XT, toonden dat de afbraak van spike-DNA met een factor 100–1000 toenam vergeleken met DNase I, wat erop wijst dat de keuze van enzym cruciaal is.
Kritiek op teststrategie: de auteurs merken op dat fabrikanten vaak alleen meten op het KAN-gen — een plasmidedeel dat wél goed door DNase I wordt afgebroken en dus een vertekend beeld kan geven — terwijl zatstests voor spike-DNA aanwezig waren maar niet routinematig werden ingezet.
Gevolgen en aanbevelingen: de studie levert geen direct bewijs voor gezondheidsschade, maar waarschuwt dat lange DNA-fragmenten in lipidedeeltjes theoretisch cellen kunnen binnendringen en mogelijk ontsteking of DNA-schade bevorderen. De onderzoekers pleiten voor strengere en aangepaste kwaliteitscontroles (inclusief behandeling om verpakt DNA vrij te maken, gebruik van effectievere enzymen en directe metingen op relevante plasmidedelen) en voor aanvullend onderzoek naar mogelijke gezondheidsrisico’s gezien de wereldwijde toepassing van deze vaccins.