Stroomnet klapt uit elkaar door klimaatwaanzin: honderdduizenden nieuwe huizen dreigen zonder stroom te komen

donderdag, 2 april 2026 (08:37) - Dagelijkse Standaard

In dit artikel:

Projectontwikkelaars (NEPROM), woningcorporaties (Aedes) en netbeheerders waarschuwen dat het Nederlandse elektriciteitsnet op veel plekken volloopt door de snelle elektrificatie: massale overstap op warmtepompen, elektrische auto’s en toenemende duurzame opwekking. Netbeheerder TenneT luidde in februari al de noodklok over risico’s in provincies als Flevoland, Gelderland en Utrecht. Als gevolg daarvan kan de aansluiting van honderdduizenden nieuwbouwwoningen vertraging oplopen of zelfs onmogelijk worden gemaakt omdat er onvoldoende transportcapaciteit in het net beschikbaar is.

De sectoren die bouwen en leveren dringen daarom deze week bij de Tweede Kamer aan op ingrijpen: zij willen versnelde vergunningprocedures, beperkingen op beroepsmogelijkheden en de bevoegdheid om waar nodig vergunningsvrij te mogen werken. NEPROM pleit ervoor de situatie als een acute crisis te behandelen, omdat zonder nieuwe aansluitcapaciteit nieuwbouw niet opgeleverd kan worden in een land met een groot woningtekort.

Een belangrijke knelpost is niet alleen technisch maar juridisch en bestuurlijk: uitbreidingen van hoogspanningsstations en kabeltrajecten stagneren door langdurige vergunningstrajecten, bezwaren en milieuprocedures. Het kabinet had in het verkiezingsakkoord al een ‘Crisiswet Netcongestie’ aangekondigd, maar die wetswijziging laat op zich wachten. Een voorstel om rechters te dwingen sneller uitspraak te doen stuit op praktische bezwaren van de Raad van State, die recent aangaf dat de rechtspraak dergelijke opgelegde termijnen niet kan garanderen.

Kortom: er is behoefte aan snelle netverzwaring en procedurele versnelling om nieuwe woningen van stroom te kunnen voorzien. Tegelijkertijd bestaan spanningen tussen snelheid en de bestaande juridische en ecologische waarborgen. Oplossing vraagt politieke besluitvorming, investeringen in het net en afwegingen over hoe vergunningen en rechtsbescherming in bijzondere crisissituaties moeten worden ingericht.