Strijd tussen verzekeraars om zorgpremie barst los. 'Je moet goed opletten, ook als je niet overstapt'
In dit artikel:
Zorgverzekeraars moeten woensdag hun premie voor de basisverzekering 2026 bekendmaken. Het ministerie van Volksgezondheid en Sport rekent op een premie rond €159 per maand — slechts een kleine stijging ten opzichte van dit jaar — en experts verwachten dat veel verzekeraars de premie gelijk houden of zelfs iets verlagen.
De verwachte verlichting komt door hogere beleggingsrendementen op verzekeraarsreserves en een meevaller uit het Zorgverzekeringsfonds. Verzekeraars spelen een fel competitie- spel rond de premiestelling: zij kondigen vaak pas vlak voor middernacht prijzen aan om met een lage premie klanten te winnen. Kleine verschillen van slechts enkele euro’s per maand kunnen daarbij grote stromen verzekerden veroorzaken; in 2025 was VinkVink met €141,40 de goedkoopste, gevolgd door FBTO (€145,95).
Het ministerie verwacht dat verzekeraars gezamenlijk ongeveer €100 miljoen uit hun reserves inzetten om premies te drukken. Dat werkt, maar brengt ook risico’s mee: een te lage premie kan ertoe leiden dat binnenkomende premies niet genoeg zijn om de zorgkosten te dekken, zeker als een verzekeraar relatief veel dure zorggebruikers krijgt. Reserves mogen worden aangesproken, maar als dat te veel gebeurt, staat de solvabiliteit onder druk.
Zelfs bij stabiele of lagere premies veranderen polisvoorwaarden soms wel. Het basispakket is gelijk, maar contracten met zorgverleners en vergoedingen voor geneesmiddelen verschillen per verzekeraar, dus het loont om polissen te vergelijken. Nederlanders hebben tot 31 december de tijd om over te stappen; in de overstapperiode 2024–2025 wisselden 1,2 miljoen mensen van zorgverzekeraar (ongeveer 7% van alle verzekerden).