Strijd om kritieke grondstoffen: 'Anderen hanteren de wortel, de EU gebruikt een stok'
In dit artikel:
Europa dreigt de wereldwijde concurrentiestrijd om kritieke grondstoffen te verliezen, vooral van China en de Verenigde Staten. Zonder materialen als kobalt, koper, lithium, nikkel, gallium en zeldzame aardmetalen komen onder meer de productie van ASML-chipmachines, staal en chemische producten en de ontwikkeling van groene technologie en defensie in gevaar. De aanvoer is kwetsbaar doordat enkele landen, met name China, grote delen van de keten beheersen.
De Europese Critical Raw Materials Act uit 2024 stelt dat de EU in 2030 minstens 10 procent van haar behoefte uit eigen mijnbouw moet halen, 40 procent binnen de Unie moet verwerken en een kwart via recycling moet verkrijgen. Ook mag de EU voor geen enkele grondstof voor meer dan 65 procent afhankelijk zijn van één land buiten de Unie. Volgens Peter Paul van ’t Veen en Andor Lips van het Nederlands Materialen Observatorium zijn die doelen vooral richtinggevende ambities. Momenteel komt slechts ongeveer 3 procent van de kritieke grondstoffen uit Europese mijnbouw. De verwerkings- en recyclingcapaciteit schiet eveneens tekort, vooral voor lithium, gallium, germanium en zeldzame aardmetalen.
De experts vinden het vooral riskant dat Europa afhankelijk blijft van één bronland. Voor niobium komt bijvoorbeeld bijna 90 procent uit twee mijnen in Brazilië, terwijl China exportbeperkingen heeft ingesteld voor onder meer zeldzame aardmetalen, gallium, germanium, wolfraam en antimoon. Op korte termijn kan strategische voorraad helpen. Daarna moet Europa investeren in eigen verwerking en uiteindelijk in volledige ketens waarin mijnbouw, raffinage, productie en recycling samenkomen. Alleen toegang tot ertsen is onvoldoende als de capaciteit om ze tot bruikbare producten te verwerken ontbreekt.
De EU heeft inmiddels zestien grondstoffenpartnerschappen gesloten. Die zijn volgens Lips minder slagvaardig dan de Amerikaanse aanpak en minder aantrekkelijk dan de Chinese strategie, waarbij bijvoorbeeld infrastructuur wordt aangelegd in ruil voor toegang tot grondstoffen. Europa stelt strengere eisen aan milieu, arbeidsrechten, mensenrechten en bestuur, maar biedt ook kennis, technologie en investeringen voor de lange termijn. De samenwerking met Rwanda is omstreden vanwege de rol van dat land in het conflict in Oost-Congo; een akkoord met Oeganda ging vanwege de anti-homowetgeving niet door.
De Lobito Corridor moet koper en kobalt uit Congo en Zambia via Angola naar de Atlantische kust vervoeren. Dat vergroot de beschikbaarheid, maar veel grondstoffen worden daarna nog steeds in China geraffineerd. Daarom moet niet alleen transportinfrastructuur, maar ook verwerkingscapaciteit in Afrika en Europa worden opgebouwd. Dat vraagt mogelijk om zware, vervuilende industrie en grote investeringen die niet direct winstgevend zijn. Volgens het NMO moeten autonomie en weerbaarheid daarbij zwaarder wegen dan rendement. De samenwerking met Afrikaanse landen is volgens de experts niet per definitie neokoloniaal, zolang die gelijkwaardig blijft en bronlanden met meerdere partners kunnen samenwerken.
Vandaag Inside: Johan Derksen werd pisnijdig op zijn dochter: 'Ik hoorde haar dat zeggen'