Straten hoeven veel minder vaak open dankzij nieuwe methode (maar die wordt niet verder uitgebouwd)
In dit artikel:
Een aflevering van Nederland van binnen (NPO2, dinsdagavond) toont hoe Amsterdam een nieuwe werkwijze voor de openbare ruimte inzet die flinke winsten belooft: minder graafwerk, lagere kosten, minder verkeershinder en minder schade aan de bodem. Centraal staat landschapsarchitect en hoofdontwerper Joyce van den Berg (48) en de Integrale Ontwerpmethode Openbare Ruimte (Ioor), die in delen van de stad — onder meer Zuidoost en de Wallen — is getest. Volgens berekeningen zouden straten met Ioor gemiddeld nog maar 1,2–1,5 keer open hoeven in plaats van circa zes keer tot 2040, omdat nutsbedrijven en gemeente hun werkzaamheden beter op elkaar afstemmen.
In de documentaire wordt ook het ecologische argument belicht: de Ioor ontwerpt “van onder naar boven” en richt zich op het herstel van bodemleven. Van den Berg laat dat zichtbaar maken door met schoolkinderen duizenden wormen uit te zetten; een gezonde, minder verdichte bodem verbetert herstelvermogen, waterhuishouding en biodiversiteit, en maakt de stad veerkrachtiger tegen hittestress en hevige regenbuien.
De film bouwt op die positieve toon op, maar krijgt vlak voor de aftiteling een onverwachte wending: een geschreven mededeling kondigt aan dat de ambtelijke organisatie van Amsterdam stopt met het doorontwikkelen van de Ioor en dat Van den Berg de gemeente verlaat om haar werk elders voort te zetten. De vertrekreden ligt vooral bestuurlijk: hoewel de methode internationale prijzen won en breed werd gepresenteerd (onder meer aan voormalig minister Hugo de Jonge en op de Floriade), stuitte verdere opschaling op interne weerstanden binnen de grote, gefragmenteerde gemeentelijke organisatie. Rijksadviseur Thijs van Spaandonk benadrukt in de film dat afdelingen vaak taakgericht en budgetbewust opereren; integrale ontwerpen vragen juist extra tijd en investering en leveren besparingen die niet altijd bij dezelfde afdeling terugkomen.
Vorige jaar nam Amsterdam het besluit om niet extra te investeren in de ontwikkeling van Ioor; voor Van den Berg was dat aanleiding om te vertrekken. Haar team is elders binnen de gemeente aan ander werk gezet. Van den Berg zegt niet rancuneus te zijn, maar ze is verbaasd dat het een ambtelijke topbeslissing was waar naar haar zeggen geen wethouder bij betrokken werd. Zij werkt nu als zelfstandig adviseur en stelt dat andere grote steden de methode vanaf 2020 hebben overgenomen.
Een woordvoerder van wethouder Melanie van der Horst benadrukt dat de inzichten van Van den Berg blijvend invloed hebben gehad op de manier van werken en dat de gemeente de methode eerst in de praktijk wil toetsen om te zien of de beloofde besparingen terechtkomen. De zaak illustreert de spanning tussen innovatieve, integrale plannen en de weerbarstigheid van grote bestuurlijke organisaties: een veelbelovend proces kan stranden omdat investeringen, belangen en verantwoordelijkheden niet samenkomen, juist terwijl de stad juist meer ondergrondse ingrepen en klimaatadaptatie nodig heeft.