Straks doet de Straat van Hormuz er een stuk minder toe
In dit artikel:
De Verenigde Arabische Emiraten voeren een spoedcampagne om een grote oliepijplijn dwars door het land vroegtijdig af te ronden, met als doel de afhankelijkheid van de Straat van Hormuz flink te verminderen. ADNOC-bestuurder Sultan Ahmed Al Jaber meldde dat het project bijna halfafgewerkt is en dat de oplevering wordt voorgetrokken naar 2027. De leiding loopt van Abu Dhabi in het zuidwesten naar de havenstad Fujairah aan de Golf van Oman, zodat tankers in het oosten volgeladen kunnen vertrekken zonder door de Hormuz te hoeven varen.
Momenteel bestaat al een Habshan–Fujairah-pijpleiding met een capaciteit van circa 1,8 miljoen vaten per dag; de nieuwe trunkline verdubbelt die capaciteit en vergroot daarmee de uitvoermogelijkheden via de Golf van Oman. Het initiatief is onderdeel van een bredere regionale beweging: Saudi-Arabië exploiteert al decennialang een lange oost-westpijpleiding van zo’n 1.200 km die dagelijks tot vijf miljoen vaten kan transporteren en zo zowel de Straat van Hormuz als de doorgang bij Bab al-Mandab ontloopt. Ook Irak en andere landen bekijken overlandroutes om zeevervoer door de Perzische Golf te beperken.
Tegelijk tonen eerdere aanvallen dat pijpleidingen zelf kwetsbaar blijven. In 2019 beschadigden Houthi-rebellen de Saudische oost-westleiding, waardoor de productie stilviel, en recentere drone-aanvallen door Iran troffen dezelfde infrastructuur. Daardoor zal de Straat van Hormuz niet van het wereldtoneel verdwijnen, maar de strategische afhankelijkheid ervan neemt af naarmate alternatieve landroutes en oostelijke havens sterker in gebruik komen. Kortom: pijpleidingen verkleinen de macht van de Hormuz-vrije doorgang, maar bieden geen perfecte garantie tegen politieke of militaire verstoringen.