Nooit strafzaak tegen 'wonderjuffrouw' Greet Hofmans, want dat 'zou rumoer wekken'

vrijdag, 2 januari 2026 (20:02) - NOS Nieuws

In dit artikel:

Het Nationaal Archief heeft op Openbaarheidsdag circa 13.000 eerder gesloten of beperkt toegankelijke documenten vrijgegeven, met materiaal dat teruggaat tot 1949. Naast dossiers over de onderhandelingen rond de Zuid-Molukse treinkaping bij Wijster (1975) en Koude Oorlog‑bewaking van prominente communisten en Surinamers, bevatten de stukken ook meerdere processen‑verbaal en onderzoeken rond Greet Hofmans, de omstreden gebedsgenezeres en vertrouwelinge van koningin Juliana.

Hofmans trad eind jaren 40 naar voren toen het koningspaar haar inschakelde vanwege de bijna‑blindheid van prinses Christina. Ze vroeg geen betaling maar ontving cadeaus en logeerde soms op Paleis Soestdijk. De vrijgegeven stukken laten zien dat zij zichzelf presenteerde als door God gezonden en dat haar ideeën en optreden in die sterk gelovige periode door velen serieus werden genomen. Hofmans hield lange spreekuren in haar woonplaats Hattem en behandelde ook in Amsterdam patiënten; er zijn meldingen van adviezen die medisch riskant waren, zoals het afraden van insuline of anti‑epileptica.

Al vanaf 1949/1950 voerden politie, artsen en geestelijken onderzoeken naar haar uit. Die rapporten – waar historicus Han van Bree in zijn biografie Het vertroebelde oog gebruik van maakte – beschrijven zorgen over haar geïsoleerde denkwereld en de mogelijke schade voor het koninklijk huis. Justitieminister Wijers besprak de kwestie met premier Drees; men besloot af te zien van strafrechtelijke vervolging uit vrees voor grote commotie en aantasting van het vertrouwen in de koningin, en omdat juridische vervolging lastig zou zijn gezien het religieuze karakter van Hofmans’ adviezen en het ontbreken van getuigen.

Als gevolg van die bestuurlijke afwegingen moest Hofmans haar openbaar werk staken en werd haar toegang tot Soestdijk door bemoeienis van prins Bernhard beperkt. Juliana bleef haar echter jarenlang persoonlijk steunen tot de affaire in 1956 publiekelijk uitbrak via een buitenlandse publicatie, waarna de verhoudingen definitief escaleerden.

De vrijgave van deze dossiers geeft nieuw inzicht in hoe overheid en hof in de jaren vijftig omgaan met religieuze adviseurs, medische risico’s en de belangen van de monarchie. Tegelijkertijd bieden de andere vrijgegeven archieven over bijvoorbeeld Wijster en Koude Oorlog‑surveillance historici nieuwe bronnen om beslissingen en maatschappelijke spanningen van die decennia te onderzoeken.