Strafbaarstelling van illegaliteit legt pijnlijk failliet van de Eerste Kamer bloot
In dit artikel:
De Eerste Kamer debatteerde deze week over twee asielwetten uit het vorige kabinet, waarvan vooral de strafbaarstelling van illegaal verblijf veel stof deed opwaaien. Linkse partijen waren fel tegen; het CDA twijfelde maar lijkt volgende week toch voor te stemmen, waarmee de wens van PVV en VVD om uitgeprocedeerde asielzoekers te kunnen opsluiten in praktijk zou kunnen worden gebracht.
Asielminister Bart van den Brink (CDA) verdedigde de maatregel en benadrukte dat alleen zogenoemde "hardnekkige terugkeerfrustreerders" — naar zijn schatting 100–300 personen per jaar — vervolgd zouden worden, en dat kwetsbare vreemdelingen niets te vrezen hebben. Critici wijzen echter op de tekst van het wetsvoorstel: iedereen zonder verblijfsrecht na afloop van de vertrektermijn kan tot een half jaar cel krijgen. Dat betreft niet alleen mensen die actief uitzetting frustreren, maar ook mensen zonder documenten, personen wier thuisland hen niet wil opnemen en zelfs EU-arbeidsmigranten van wie het verblijfsrecht wordt beëindigd als hun beroep op bijstand "onredelijk" wordt bevonden. In de praktijk kan dit dus tienduizenden mensen raken.
Daarnaast is de uitvoerbaarheid problematisch. De uitvoeringstoets (sep. 2025) van het ministerie van Asiel en Migratie verwacht jaarlijks een structurele extra behoefte van 55–165 detentieplaatsen, maar meldt dat tot 2030 geen extra detentiecapaciteit beschikbaar is. Dat betekent dat veroordeelden mogelijk snel weer vrijgelaten worden en terugvallen in illegaliteit. Ook is het niet aan de minister om te bepalen wie wordt vervolgd: het Openbaar Ministerie beslist daarover.
Juridische praktijk versterkt de zorgen. Het Gerechtshof Amsterdam oordeelde eind 2024 in een zaak dat verblijven in strijd met een inreisverbod strafvrij kan zijn als iemand buiten zijn schuld niet kan vertrekken (bijvoorbeeld wegens ontbrekende documenten). Het Vreemdelingenbesluit kent zelfs de mogelijkheid van een verblijfsvergunning als vertrek buiten iemands schuld onmogelijk is. Zulke rechtspraak begrenst de reikwijdte van strafvervolging in de praktijk.
De uitvoeringstoets signaleert ook risico’s voor mensenhandel en uitbuiting: strafbaarstelling kan vreemdelingen ontmoedigen hulp te zoeken, met ernstige gevolgen voor medische zorg of de schoolgang van kinderen. Vergelijkende voorbeelden uit België, Duitsland, Italië en Zweden tonen dat vergelijkbare regels niet hebben geleid tot minder illegaliteit; critici kwalificeren het wetsvoorstel daarom als vooral symbolisch en ondoelmatig.
Tot slot roept het handelen van de Eerste Kamer vragen op: senatoren zijn juist bedoeld als reflectieve toetsing op uitvoerbaarheid en samenhang van wetgeving, en zijn formeel niet gebonden aan het regeerakkoord. Tegen die achtergrond pleiten betrokkenen voor open onderzoek naar mogelijke dubbele petten, perverse prikkels en belangen achter geldstromen rondom dit dossier.