Stop subsidie voor politieke partijen. Laat ze hun steun organiseren in de samenleving | opinie  

donderdag, 26 maart 2026 (07:13) - Dagblad van het Noorden

In dit artikel:

Dries Zwart, lid van de Statenfractie in Groningen, reageert op de uitkomst van de laatste gemeenteraadsverkiezingen en pleit ervoor politieke campagnesubsidies helemaal af te schaffen — zowel voor landelijke als voor lokale partijen. Volgens hem tonen de verkiezingen dat lokale partijen geen randverschijnsel meer zijn maar in veel gemeenten de bepalende kracht: geworteld in hun buurt, wendbaar en direct aanspreekbaar omdat ze weten wat er speelt zonder Haagse dictaten.

Zwart benadrukt dat die kracht vooral voortkomt uit inzet van vrijwilligers en persoonlijke contacten — gesprekken aan de keukentafel, avondvergaderingen, stratenbeloop — en niet uit overheidsgeld. De discussie of lokale partijen ook subsidie moeten krijgen loopt al langer en wordt in de Tweede Kamer tot nu toe afgehouden. In plaats van lokale partijen financieel gelijk te trekken met landelijke neemt Zwart een tegenovergestelde houding in: maak het voor alle partijen duidelijk dat ze hun eigen campagnefinanciering moeten regelen.

Hij geeft drie hoofdredenen tegen subsidiëring van campagnes: ten eerste hoort campagnevoering niet tot de rol van de overheid; publieke middelen moeten niet ingezet worden voor politieke concurrentie. Ten tweede ondermijnt subsidie de binding tussen partij en samenleving, omdat afhankelijkheid van overheidsgeld prikkels voor ledenwerving en donateurszorg vermindert. Ten derde is het oneerlijk richting kiezers en belastingbetalers: zij betalen mogelijk mee aan partijen waar ze niet achter staan en soms zelfs dubbel voor hun eigen voorkeur.

Zwart concludeert dat het democratisch belang beter gediend is met partijen die hun draagvlak zelf organiseren — via leden, donaties en actieve burgers — omdat dat leidt tot scherpere, onafhankelijkere en geloofwaardigere organisaties. Zijn voorstel: stop algemene campagnesubsidies, bespaar geld en creëer een eerlijker speelveld waarin lokale betrokkenheid en inzet, niet staatssteun, bepalend zijn.