Stockcar-rieder Roelof van de Veen uut Ein: 'Ast bang worst, most der geliek met stoppen'
In dit artikel:
Roelof van de Veen (55) uit Een in Drenthe leeft al bijna drie decennia voor stockcarracen. Hij kreeg het racen van zijn vader en onderhoudt samen met zijn familie en monteurs een volledig mobiele thuisbasis: een omgebouwde touringcar waarin ze de wagens laden, slapen in stapelbedden en tijdens wedstrijddagen koken en leven. Van de Veen bouwde zijn eigen stockcars toen de regels nog minder streng waren; tegenwoordig voldoen de auto’s aan veel meer eisen en dragen coureurs speciale pakken, helmen en zelfs brandwerend ondergoed.
Het gezin organiseert vrijwel alles zelf en werkt langdurig door om de kosten van meer dan 25 Nederlandse wedstrijden per jaar en de jaarlijkse trip naar Engeland te kunnen betalen. Engeland noemt Van de Veen belangrijk omdat stockcarracen daar veel populairder is; zelf rijdt hij in de F1-klasse. Vroeger reed hij vooral op de onverharde banen, maar door zijn leeftijd heeft zijn schoonzoon die klasse overgenomen en concentreert Roelof zich nu meer op asfaltwedstrijden.
Martha, zijn vrouw, regelt onderweg de catering en de businventaris: een barbecue, frituurpan en een volle koelbox; douchen gebeurt zo praktisch mogelijk. Dochter Melissa groeide tussen de stockcars op en steunt het gezin, waarbij ze voor haar baan soms vrij vraagt wanneer haar vader moet racen.
Van de Veen benadrukt dat de levensstijl voor hen essentieel is: het is hard werken en veel samenwerken, maar het brengt de familie samen en geeft hem energie. Zijn boodschap aan anderen is helder: angst is geen optie in deze sport—“als je bang wordt, moet je gelijk stoppen.” Voor hem blijft thuiskomen in Een belangrijk: de ruimte en rust daar maken het mogelijk om deze passie te blijven uitoefenen zonder overlast te veroorzaken.