Stikstofclaim in kort geding: overheid mag mestnormen niet korten

donderdag, 9 april 2026 (08:07) - Reformatorisch Dagblad

In dit artikel:

Tijdens een kort geding woensdag stelden twee Flevolandse akkerbouwers en Stichting Stikstof Claim (SSC) de Staat verantwoordelijk voor de korting op bemestingsnormen in zogenoemde NV‑gebieden — gebieden met nutriëntverontreinigd water. Het geschil draait om de vraag wat boeren nog mogen mesten na het vervallen van de Europese derogatie onder de Nitraatrichtlijn, en op welke juridische grond de 20%-korting berust.

De derogatie was een tijdelijke ontheffing die Nederlandse landbouwers onder voorwaarden toeliet om meer dierlijke mest te gebruiken dan de Europese basisnorm (ongeveer 170 kg stikstof per hectare). Die ontheffing liep eind 2025 af nadat de Europese Commissie geen verlenging gaf omdat de waterkwaliteit in Nederland niet overal voldoet. Als gevolg daarvan geldt in NV‑gebieden sinds kort een korting van 20% op de stikstofgebruiksnormen; akkerbouwers zeggen dat dit de opbrengst kan drukken, afhankelijk van weersomstandigheden en gewas (schattingen variëren van 10–20% opbrengstverlies). SSC‑voorzitter Jan‑Cees Vogelaar schat de winstderving op 1.500 tot 4.500 euro per hectare; zijn stichting telt 3.300 aangesloten boeren.

De advocaten van SSC en de twee boeren, onder wie Robert van den Broek, betoogden dat met het vervallen van de derogatie ook de juridische onderbouwing voor NV‑gebieden is komen te vervallen en dat daarom de korting ongedaan moet worden gemaakt. Zij stelden bovendien dat het onderliggende zevende actieprogramma voor de Nitraatrichtlijn — ook tot eind 2025 geldig — geen voortzetting kon vinden en dat recent onderzoek aangeeft dat landbouw minder stikstof in water brengt dan eerder gedacht.

Tegenargument van de Staat was dat de korting niet op de derogatie rust maar op de Nederlandse Meststoffenwet; daarnaast wijst de Staat op verplichtingen uit de Kaderrichtlijn Water om de waterkwaliteit te verbeteren. Staatsadvocaten benadrukten dat veel watersystemen nog niet op orde zijn, en dat de maatregel daarom gerechtvaardigd is.

De zaak, waarvoor voorzieningenrechter Thera Hesselink de zitting opende met de kernvraag “wat mag wel en wat mag niet bij bemesting”, is een afspiegeling van de juridische en politieke discussie rond waterkwaliteit, Europese regels en de inkomenspositie van boeren. De uitspraak werd in het artikel niet vermeld.