Stichting herstelt Groninger kerken na aardbevingsschade: „Soms ben je bang dat het dweilen met de kraan open is"

maandag, 5 januari 2026 (18:52) - Reformatorisch Dagblad

In dit artikel:

De vijftiende-eeuwse Hippolytuskerk in Middelstum en de Dorpskerk van Wolterstum staan symbool voor het culturele en sociale geheugen van hun dorpen, maar lijden zichtbaar onder de nasleep van de bevingen die Groningen de afgelopen jaren troffen. De bakstenen kruiskerk van Middelstum, met resten van tufsteen in de muren en het beroemde carillon van François Hemony in de toren, vormt nog altijd het hart van het dorp: volgens Mark van Dijken, voorzitter van de lokale commissie van de stichting Groninger Kerken, is het gebouw de «huiskamer» van het dorp. De kerk wordt veel verhuurd voor concerten vanwege de lichtval en de uitstekende akoestiek; ook conservatoriumensembles treden er geregeld op. De religieuze functie is sterk verminderd: er zijn nog maar twee kerkdiensten per jaar, maar bij speciale gelegenheden – bijvoorbeeld de kerstnachtdienst met het Van Oeckelen‑orgel – is de kerk tot de laatste plek gevuld.

De aardbeving van 2012, laat in de avond, schudde het dorp en liet jaren later scheuren zien die langzaam verschenen en verdiepten. Vooral in de kruisribgewelven zijn barsten ontstaan, soms dwars door eeuwenoude schilderingen heen. Van Dijken en andere betrokkenen ervaren herstelwerkzaamheden als ingrijpend: ook als beschadigingen technisch keurig worden gerepareerd, gaat er volgens hen altijd iets van de oorspronkelijke historische waarde verloren.

In Wolterstum – een klein dorp aan het Eemskanaal – wijst bouwkundig specialist Jur Bekooy van de stichting Groninger Kerken een lange, kronkelende scheur aan in de zijmuur van de Dorpskerk (gebouwd 1838). Bekooy, al veertig jaar werkzaam bij de stichting die sinds 1996 eigenaar is van veel kerkgebouwen in de provincie, onderhoudt en restaureert deze monumenten en pleit voor een langetermijnvisie bij herstel. Hij benadrukt dat kerken meer zijn dan stenen: ze bevatten grafzerken, preekstoelen en schilderingen die generaties verbonden hebben en die identiteit en samenhang in dorpen bieden. Herhaalde reparaties ondergraven volgens hem het morele en emotionele belang van dat erfgoed; het is “verlies van geschiedenis” wanneer scheuren blijven terugkomen.

Bekooy plaatst de schade in bredere context: de bevingen zijn volgens hem het gevolg van eerder genomen economische beslissingen, en het herstel behoort dan ook gefinancierd te worden door partijen die verantwoordelijk zijn. In de praktijk verloopt vergoeding via het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG); voor kerkgebouwen is er volgens Bekooy geld beschikbaar. De procedure werkt met omgekeerde bewijslast: bij schade moet niet de eigenaar aantonen dat het wél door mijnbouw komt, maar de tegenpartij dat het níet door mijnbouw is veroorzaakt.

Samenvattend tonen de twee kerken hoe monumenten functies combineren – religieus, cultureel en sociaal – en hoe aardbevingsschade niet alleen bouwkundige problemen oplevert, maar ook verlies van zichtbare geschiedenis en gemeenschapsgevoel. Herstel vraagt technische zorg, financiële waarborgen en een geduldige, op lange termijn gerichte aanpak, aldus de betrokken beheerders en bouwkundigen.