Stichting helpt 200.000 kinderen in armoede, vaak ook met werkende ouders
In dit artikel:
CBS-cijfers over 2024 laten zien dat 93.000 minderjarige kinderen in Nederland in een arm gezin leven — hetzelfde aantal als het jaar daarvoor — terwijl het totaal aantal mensen in armoede voor het eerst na jaren weer toenam. Volgens het Nibud liggen nog eens veel kinderen net boven de armoedegrens, waardoor in totaal ongeveer 338.000 kinderen arm of bijna-arm zijn; dat betekent ruwweg drie kinderen per schoolklas van dertig.
Stichting Leergeld bereikt jaarlijks zo’n 200.000 kinderen met hulp zoals een fiets, laptop, bijlessen of muzieklessen, maar daarmee blijven veel gezinnen buiten bereik. Voor Leergeld geldt meestal een inkomensgrens van maximaal 130 procent van het sociaal minimum (bijstand). Schaamte en het taboe rondom armoede zorgen er bovendien voor dat niet iedereen om ondersteuning durft te vragen.
Opvallend is de toename van werkende armen: in 2024 waren 175.000 werkenden in armoede, ruim 25.000 meer dan een jaar eerder — ongeveer 2 procent van de 8,5 miljoen werkenden. Bijna de helft van die groep had niet het hele jaar werk; veel mensen hebben onzekere of deeltijdbanen, seizoenswerk of wisselende uren, met een wisselend inkomen en daardoor financiële stress. Het Nibud adviseert een buffer en sparen van 10 procent van het inkomen, maar erkent dat dat voor deze groep vaak niet haalbaar is.
Leergeld viert dit jaar 30 jaar en ziet het aantal aanvragen groeien, wat druk legt op lokale besturen en vrijwilligers. Directeur Alexandra Bartels waarschuwt dat de huidige situatie onhoudbaar is en pleit voor landelijke maatregelen, zoals gratis toegang tot essentiële voorzieningen (laptops, zwemlessen) en een eenvoudiger aanvraagproces voor hulp.