Steun voor klimaatbeleid neemt af, ook minder voorstanders vleestaks

woensdag, 27 mei 2026 (09:02) - Het Parool

In dit artikel:

Een recente SCP-studie Klimaat en Samenleving laat zien dat Nederlanders steeds meer verdeeld raken over de aanpak van klimaatverandering. Hoewel een meerderheid het klimaat nog belangrijk vindt (65% maakt zich zorgen over klimaatverandering; 70% over extreem weer; 75% over verslechtering van natuur en milieu), is het draagvlak voor individuele offers en sommige beleidsinstrumenten aan het afnemen.

Tussen 2024 en nu daalde het aandeel mensen dat persoonlijk wil bijdragen aan het terugdringen van CO2 van 71% naar 64%; ook minder mensen vinden het belangrijk dat Nederland actief meedoet aan de wereldwijde klimaataanpak (van 75% in 2024 naar 69% nu, en zelfs 85% in 2022). Tegelijkertijd is de groep die zich ‘boos’ voelt over de aandacht voor klimaatbeleid gegroeid van één kwart naar ongeveer een derde van de bevolking. Vooral mensen met een praktische opleiding en mensen met lagere inkomens ervaren het klimaatbeleid als overtrokken en vinden problemen als criminaliteit, immigratie en de kosten van het levensonderhoud urgenter.

Op beleidsniveau is er nog brede steun voor maatregelen die direct welzijn en veiligheid raken: vergroening van steden, hogere dijken en beter openbaar vervoer krijgen ruime steun. Ook lagere energiebelasting bij laag gasverbruik en een kilometerheffing voor auto’s vinden een meerderheid achter zich. Minder draagvlak is er voor windmolens op land; een vliegtaks en nieuwe kerncentrales worden slechts nipt gesteund. Belastingmaatregelen die basisvoedsel duurder maken zijn vooral impopulair: 59% is tegen een zuiveltaks en een nipte meerderheid wijst een vleestaks af.

Veel Nederlanders vinden klimaatbeleid bovendien oneerlijk verdeeld — tussen landen, tussen burgers en bedrijven en tussen rijk en arm — wat door eerdere OESO-studies wordt ondersteund. Het SCP waarschuwt dat deze beleving politieke steun en vertrouwen kan ondermijnen als politici er geen rekening mee houden. De discussie over kostendruk en prioriteiten van het beleid verklaart voor een groot deel de groeiende terughoudendheid. Ten slotte is Nederland diep verdeeld over krimp van de veestapel: noch voor- noch tegenstanders behalen een duidelijke meerderheid.