Sterrenkijken is populair, al vallen sterren steeds minder op in de volle hemel
In dit artikel:
Dit weekend openen sterrenwachten door heel Nederland hun deuren voor de vijftigste Landelijke Sterrenkijkdagen — een evenement dat tegenwoordig tienduizenden bezoekers trekt. De Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Weer- en Sterrenkunde (KNVWS) schat het bezoekersaantal op ongeveer 30.000; belangstelling voor sterrenkunde is de afgelopen decennia flink toegenomen, zeggen sterrenkundigen als Lucas Ellerbroek en Annelotte Derkink.
Tegelijkertijd groeit een nieuw bezwaar: de nachtelijke hemel raakt steeds voller door satellieten en ruimtepuin. Sinds 2019 is het aantal satellieten in lage banen rondom de aarde sterk toegenomen (naar ruim vijftienduizend binnen 400–500 km) en onderzoeksmodellen voorspellen dat bij een voortzetting van die trend honderdduizenden extra satellieten in omloop kunnen komen. Kapotte of uit elkaar gesprongen satellieten vergroten het aantal onbestuurbare objecten en daarmee het risico op botsingen en nog meer puin. Voor professionele astronomen leidt dat al tot hinderlijke strepen in telescoopbeelden; voor hobbykijkers is het nu nog minder problematisch bij het bekijken van felle planeten zoals Jupiter of Uranus.
Naast ruimtevervuiling speelt lichtvervuiling een grote rol. Nederland is volgens de deskundigen 'verlicht' genoeg dat veel mensen nauwelijks meer sterren zien; op veel plekken is de Melkweg alleen zichtbaar in afgelegen gebieden. Er zijn initiatieven om donkere nachten te beschermen: twee officiële Dark Sky Parks (Boschplaat op Terschelling en Nationaal Park Lauwersmeer) en stedelijke maatregelen, zoals ARTIS in Amsterdam dat nachtverlichting terugschroefde en daarmee een van Europa’s eerste Urban Night Sky Places werd.
Derkink geeft praktische tips voor bezoekers: satellieten verschijnen als niet-knipperende puntjes die in een rechte lijn bewegen; vliegtuigen hebben knipperende lampen; sterren twinkelen en blijven schijnbaar stil, planeten flikkeren niet en lijken stabieler doordat ze dichterbij zijn. Beide deskundigen benadrukken dat er nog veel moois te zien valt als het weer meewerkt en roepen op de verwondering te bewaren en donkere nachten te beschermen, zodat ook toekomstige generaties sterren kunnen blijven ontdekken.