Stel je de straat van Hormuz voor, waar doejongs in het wild leven | column Joost Oomen
In dit artikel:
De doejong is een eigenaardig, zachtmoedig zeewezen: een log lichaam als een reusachtige bevroren-ijssnack, twee kraaloogjes, peddelachtige vinnen, een staartvin en snorharen waarmee hij in zeegrasbedden zoekt naar voedsel. Hij eet zeegras, stapelt het soms op en eet het in één keer; jonge doejongs zuigen aan hun flipper voor troost en vallen daardoor vaak slaperig op. Volwassenen kunnen zo’n zeventig jaar worden, rimpelen en blijven traag — nooit sneller geziene snelheid: ongeveer 10 km/uur. Doe jongs fluiten om te communiceren of gewoon omdat het plezierig is; ze leven meestal alleen of in paartjes omdat zeegrasvelden zelden genoeg voedsel voor grote groepen bieden.
Zeelui hadden eeuwenlang mythes over doejongs: sommigen dachten dat het zeemeerminnen waren of ooit mensen waren geworden door magie. Biologisch horen ze bij de zeekoeienfamilie; de enige nauwe verwant die ooit bestond was de uitgestorven Stellerse zeekoe, voor het laatst gezien in 1768. Sindsdien dobbert de doejong vrijwel alleen voort.
De tekst verschuift van naturalistische observatie naar een morele oproep: stel je de Straat van Hormuz voor, mijnen op de zeebodem, een getroffen olietanker en verwoeste zeegrasvelden — en stel je een hongerig doejongkalf voor dat door lawaai en chaos zijn ouder kwijtraakt of per ongeluk een mijn activeert. Zulke beelden illustreren waarom oorlog voorkomen essentieel is: onschuldige dieren zoals de doejong lijden onherstelbaar onder menselijke conflicten.
Kortom: de doejong is een zachtaardig, grotendeels vergeten zeezoogdier, kwetsbaar door zijn leefwijze en door menselijke acties — een spiegel voor de bredere, vaak over het hoofd geziene collateral damage van oorlog.