Steenuilenwerkgroep Drenthe bestaat 25 jaar: 'Je kijkt één keer in die gele ogen en je bent verkocht'
In dit artikel:
De Steenuilenwerkgroep Drenthe bestaat dit jaar 25 jaar. Onder voorzitter Erwin Bruulsema, die het bestuur sinds 2015 leidt, werken ongeveer 150 vrijwilligers verdeeld over zo’n vijftien lokale werkgroepen aan het behoud van de steenuil in de provincie. Vanuit Diever coördineert de werkgroep materialen en kennis: ze verzorgen nestkasten, ladders, klimgordels, voorlichting op markten en lezingen en ondersteunen vrijwilligers bij het monitoren en verbeteren van nesten. Inmiddels hangen er honderden nestkasten in Drenthe.
Drenthe vormt min of meer de noordgrens van het verspreidingsgebied van de steenuil in Nederland; in de provincie broeden naar schatting 150–200 paartjes. Ter vergelijking zijn in Friesland circa zeventien territoria bekend en in Groningen slechts vier. De soort leeft vooral in gevarieerde boerenlandschappen en doet het soms met één of twee erven als jachtgebied, waar ze muizen en insecten vangen.
De populatie heeft te lijden gehad van veranderingen in het landschap: ruilverkaveling, het verdwijnen van gevarieerd boerenland en het inruilen van hoogstamfruitbomen voor laagstam hebben veel natuurlijke nestplaatsen (holle bomen, oude boerderijdaken) doen afnemen. Ook strenge winters — met name 1980 en 1997 — bleken desastreus omdat dikke sneeuwlagen de uilen de toegang tot hun prooien belemmeren, waardoor herstel decennialang kan duren.
Nestkasten zijn daardoor cruciaal geworden. Vrijwilligers verbeteren continu het ontwerp om predatie door boom- en steenmarters te bemoeilijken. Twee veelgebruikte oplossingen zijn de zogenoemde sluiskast — met een bochtige, moeilijk begaanbare gang voor marters — en de pendelkast, waarin twee achter elkaar geplaatste halve-maansluizen samenwerken zodat een marter zichzelf klem zet terwijl een steenuil met zijn kleinere lichaam en behendigheid naar binnen kan schuiven. Het ontwerpen van kasten is een balans: marters zijn onderdeel van het ecosysteem, maar hun efficiëntie als jachtdieren maakt bescherming van uilenjongen noodzakelijk.
Praktisch werk brengt ook risico’s en verrassingen met zich mee: vrijwilligers werken op hoogte en ladders worden jaarlijks gecontroleerd; bij inspecties zijn zelfs bijennesten of andere onverwachte vondsten voorgekomen. Steenuilen blijken weinig kieskeurig en nestelen zonder problemen dicht bij menselijke bebouwing — een voorbeeld is de familie die bij de molen in Diever broedt.
De werkgroep ziet het als missie om een leefbaar landschap te houden waarin steenuilen en andere soorten naast elkaar kunnen bestaan. Naast het ophangen van nestkasten richt dat zich op bewustwording onder boeren en inwoners, technisch vakmanschap bij nestkasten en blijvende monitoring. De steenuil zelf is de kleinste Europese uil: ongeveer merelgroot, met bruin-grijs verenkleed en felgele ogen. Het zwaartepunt van de soort in Nederland ligt overigens op de oost- en zuidzandgronden, in het rivierengebied en in Zuid-Limburg.