Steef (29) bezocht al 106 van de 195 landen op de wereld: 'Dat ik in Afghanistan zat te lunchen met de Taliban, dat trok mijn moeder soms niet'
In dit artikel:
De 29-jarige Steef Duijn uit Hoogkarspel heeft al 106 van de 195 erkende landen bezocht en vertrekt binnenkort aan een van zijn meest ambitieuze tochten: vanuit China liften naar Zuidelijk Afrika, met een zeilboot naar Zuid‑Amerika, via Antarctica naar Noord‑Amerika en uiteindelijk terug over de Stille Oceaan en Australië naar China. Duijn, 2,04 m lang en van beroep onderwijsbemiddelaar, nam ontslag om de reis te kunnen maken; hij spaart maandelijks en leeft tijdens trips zeer zuinig, soms van minder dan twintig euro per dag. Hij hoopt bovendien inkomsten te genereren met video's op Instagram, TikTok en YouTube.
Zijn reislust ontstond na een bezoek aan Australië in 2017 en groeide uit tot een doel: alle landen ter wereld bezoeken, liefst binnen drie tot vijf jaar als het mee zit. Dat doel voert hem geregeld door gebieden met veiligheidsrisico’s. Hij was dit jaar nog in Aleppo toen gevechten uitbraken en beschrijft hoe hij tijdens een korte motortaxirit raketten en geweerschoten hoorde; vanuit zijn hotelkamer zag hij raketten afgevuurd worden. Eerder reisde hij ook naar onder meer Afghanistan, Pakistan, Nigeria en Sierra Leone.
Duijn heeft zware momenten meegemaakt: in Zuid‑Afrika kreeg hij malaria, belandde in het ziekenhuis en verloor twintig kilo. Verder ondervond hij last van corruptie en kleine criminaliteit in delen van West‑Afrika, waar grenswachten en politie vaak om geld vragen. Zijn werkwijze om daarmee om te gaan is confronterend: hij dreigt te bellen met de Nederlandse ambassade, wat vaak effect heeft. Ook incidenten als het ’s nachts opengetrokken worden van zijn tent leverden angstige momenten op, maar hij zegt zelden echt bang te zijn.
Hij is zich bewust van het privilege dat zijn geslacht, lengte en uiterlijk hem geven; veel van wat hij unternimmt zou voor vrouwen veel riskanter of onuitvoerbaar zijn. Duijn roept op tot voorzichtigheid: in sommige landen is het volgens hem aan te raden dat vrouwen met een reispartner gaan, in plaatsen als Afghanistan zelfs praktisch onmogelijk zonder mannelijk gezelschap. Op sociale media krijgt hij van vrouwen vaak te horen dat het reizen voor mannen makkelijker is.
Niet alle ervaringen zijn negatief. Duijn prijst de gastvrijheid die hij in delen van het Midden‑Oosten heeft ervaren: mensen bieden gratis maaltijden en al snel gaat men naar de moskee of de kapper zonder dat er iets voor terug wordt gevraagd. Hij sliep ooit bij mensen thuis in het grensgebied tussen Irak en Koeweit, ondanks taalbarrières. Tegelijkertijd noemt hij plekken waar hij niet graag terugkeert, zoals Dhaka in Bangladesh en delen van Papoea‑Nieuw‑Guinea, waar straatleed, hygiëneproblemen en opdringerigheid hem afstoten.
Thuis volgen familie en vrienden zijn reizen via zijn socialmediakanalen. Zijn moeder maakt zich vaak zorgen, met name als hij in risicogebieden is; zijn vader reageert lichter. Als extra motivatie noemt Duijn de natuur van Nieuw‑Zeeland als plek waar hij graag opnieuw naartoe zou willen. Voor de komende expeditie rekent hij op minimaal een jaar onderweg te zijn, maar dat kan langer worden — tenzij hij vastloopt in een Iraanse cel of verliefd wordt, grapt hij.