Steeds minder zestigplussers gooien bijltje er al voor AOW bij neer
In dit artikel:
Van de 1,7 miljoen Nederlanders van 60 jaar en ouder stopt slechts ongeveer 10 procent vóór de AOW-leeftijd (nu 67) met werken; de meerderheid blijft doorwerken tot die leeftijd of zelfs enkele jaren langer. Het CBS publiceerde dinsdag dat het aandeel vroegpensioenering de afgelopen tien jaar is afgenomen: waar in 2014 circa één op de zes zestigplussers al vroegtijdig stopte, was dat eind 2024 gedaald naar één op de tien.
Als verklaring wijst het CBS onder meer op het wegvallen van VUT‑ en gunstige prepensioenregelingen, maar ook op veranderde persoonlijke keuzes en een betere gezondheid op oudere leeftijd. CBS-hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen zegt dat veel mensen er bewust voor kiezen langer actief te blijven; “Veel zestigplussers vinden het leuk om tot hun AOW, of zelfs nog een paar jaar daarna, door te gaan.”
Vrouwen verlaten de arbeidsmarkt vaker eerder dan mannen; factoren zijn onder meer een ouder geworden partner, mantelzorgtaken, nooit buitenshuis gewerkt hebben of inkomen uit bijstand na bijvoorbeeld een scheiding. Bijna alle werknemers boven de zestig hebben een aanvullend pensioen — in totaal hebben 1,3 miljoen zestigplussers daar recht op — maar dat betekent niet dat hun inkomen ruim is; voor sommigen is het aanvullende pensioentje minimaal.
Eind 2024 was 13 procent van de zestigplussers zzp’er. Slechts 6 procent van die zzp’ers heeft een via een werkgever opgebouwd pensioen, vermoedelijk verworven vóór het ondernemerschap; over individuele private opbouw via regelingen meldt het CBS geen cijfers. Dit vormt een aandachtspunt voor pensioendekking onder zelfstandigen op oudere leeftijd.